Real Madrid heeft een moeizame zege geboekt in de eerste speelronde van LaLiga. De Koninklijke, met de teruggekeerde José Mourinho als trainer op de bank en met Denzel Dumfries als debutant op de rechtsbackpositie, was in Barcelona met 1-2 te sterk voor Espanyol.
Dumfries maakte deze zomer voor zo'n 20 miljoen euro een droomtransfer van Internazionale naar Real. Mourinho, na dertien jaar teruggekeerd op het oude nest, gaf de Oranje-international tegen Espanyol de voorkeur boven Trent Alexander-Arnold. Met Bernardo Silva en Ibrahima Konaté, transfervrij overgekomen van respectievelijk Manchester City en Liverpool, stelde de Portugees nog twee debutanten op.
Real kwam tegen de tweede club van Barcelona al vroeg op voorsprong. Na een kleine tien minuten spelen kopte Jude Bellingham een vrije trap van Arda Güler in de korte hoek: 0-1. De thuisclub kwam na een half uur spelen echter weer langszij, toen Álex Calatrava op aangeven van Javi Hernández overtuigend afrondde en de ruststand zo op 1-1 bepaalde.
Mourinho bracht in de tweede helft met Yan Diomande, Marc Cucurella en Carlos Espí, nog drie debutanten binnen de lijnen. Voor Dumfries zat de wedstrijd er tien minuten voor tijd op, hij werd afgelost door Alexander-Arnold. Het duel leek lange tijd op een remise aan te gaan sturen, maar in de blessuretijd was het Espí, deze zomer voor 25 miljoen euro overgekomen van Levante, die Real alsnog de volle buit bezorgde: 1-2.