Van uitdager van Frankrijk naar pijnlijk verlies van rechtstreeks ticket Champions League
Nederland is de aansluiting met de Europese subtop op de UEFA-coëfficiëntenranglijst kwijtgeraakt en heeft het tweede rechtstreekse startbewijs voor de Champions League moeten inleveren. Waar de Eredivisie na de zomer van 2022 jarenlang op de zesde plaats stond en zelfs naar de vijfde positie van Frankrijk keek, is Nederland inmiddels afgezakt naar de zevende of achtste plek op de ranglijst. Portugal nam eind januari de zo belangrijke zesde plaats over, terwijl ook België op de ranglijst over de Nederlandse clubs heen is gegaan.
Die vrije val heeft meteen grote sportieve en financiële gevolgen voor de top van de Eredivisie. De landen op de plekken één tot en met vier van de Europese ranglijst mogen vier clubs direct naar de Champions League sturen, terwijl de nummer vijf drie directe tickets krijgt en de nummer zes recht heeft op twee vaste startbewijzen. Doordat Nederland uit die top zes is gevallen, plaatst voortaan alleen de landskampioen zich nog rechtstreeks voor de competitiefase van de Champions League en moet de nummer twee van de Eredivisie het zien te redden in de voorrondes. Een gegarandeerd startbewijs voor het hoofdtoernooi heeft een waarde van minimaal veertig miljoen euro. Oftewel: een flink bedrag dat de nummer twee van Nederland niet langer bij voorbaat kan bijschrijven.
Nederland zakt weg door grotere deler op ranglijst
De opmars die Nederland vanaf 2022 naar de zesde plek bracht, zorgt nu eigenlijk ook voor de huidige terugval. De UEFA berekent de landencoëfficiënt op basis van de prestaties over de laatste vijf seizoenen, waarbij het in de huidige cyclus gaat om de seizoenen 2022/23 tot en met het huidige seizoen 2026/27. Elke overwinning in een Europees hoofdtoernooi levert twee punten op en ieder gelijkspel is goed voor één punt, terwijl die aantallen in de kwalificatierondes en play-offs worden gehalveerd naar respectievelijk één en 0,5 punt. Daarnaast deelt de Europese voetbalbond flink wat bonuspunten uit. Alleen al het bereiken van de competitiefase van de Champions League is goed voor zes extra punten, waar nog bonussen bij komen voor het halen van de achtste finale, kwartfinale, halve finale en finale.
Het belangrijkste in deze berekening is dat alle behaalde punten en bonussen aan het einde worden gedeeld door het totaal aantal clubs dat namens een land aan het Europese seizoen is begonnen. Juist door de eerdere Nederlandse prestaties mocht de Eredivisie dit seizoen niet vijf, maar zes deelnemers inschrijven voor Europa. Dit betekent dat een zege van bijvoorbeeld Go Ahead Eagles in de Europa League na deling door zes maar 0,333 punt oplevert voor het totaal van Nederland. Ter vergelijking: directe concurrenten Portugal en België begonnen dit seizoen met vijf clubs, waardoor iedere overwinning van een Portugese of Belgische club meteen 0,400 punt oplevert voor de nationale score.
Land | UEFA-rang (nov 2026) | Totaal coëfficiënt | Seizoen 2022/23 | Seizoen 2023/24 | Seizoen 2024/25 | Seizoen 2025/26 | Seizoen 2026/27 (lopend) | Verschil t.o.v. plek 5 (Frankrijk) | Actieve clubs |
Frankrijk | #5 | 72.296 | 12.583 | 16.250 | 17.928 | 18.321 | 7.214 | Referentiepunt | 7 / 7 |
Portugal | #6 | 69.150 | 12.500 | 11.000 | 16.250 | 20.500 | 8.900 | -3.146 | 5 / 5 |
België | #7 | 64.050 | 14.200 | 14.400 | 15.650 | 11.400 | 8.400 | -8.246 | 5 / 5 |
Nederland | #8 | 56.395 | 13.500 | 10.000 | 15.250 | 9.979 | 7.666 | -15.901 | 6 / 6 |
Portugal deelt genadeklap uit na Nederlandse jacht op Frankrijk
Jarenlang ging het in Nederland vooral over de vraag of de Eredivisie de aanval kon openen op de vijfde plaats van Frankrijk en zelfs richting Duitsland kon kijken, of dat er toch achterom gekeken moest worden naar de achtervolgers. Na het sterke seizoen 2022/23, waarin de Nederlandse clubs samen een gemiddelde van 13,500 punten bij elkaar speelden, en een uitschieter van 15,250 punten in 2024/25, leek de plek in de subtop vrij zeker te zijn. Daartussen zat in 2023/24 al wel een minder seizoen met precies 10,000 punten, maar het was vooral 2025/26 dat alles op zijn kop zette. Terwijl Nederland in dat jaar bleef steken op een gemiddelde van 9,979 punten, zette Portugal een flinke sprint in.
Het kantelpunt kwam eind januari in de Champions League. In een dramatische Europese speelweek gingen zowel PSV (1-2 tegen Bayern München) als Ajax (1-2 tegen Olympiacos) onderuit, terwijl voor Portugal zowel Sporting Portugal als Benfica zich wél plaatste voor de volgende ronde en de bijbehorende bonuspunten kon bijschrijven. Daarmee namen de Portugezen na bijna vier onafgebroken jaren de zesde plek over van Nederland. Toen FC Porto in maart vervolgens ook nog won van VfB Stuttgart, was de achterstand definitief niet meer in te halen: het gat liep op naar 2,654 punten op een moment dat de overgebleven Nederlandse clubs dat seizoen nog maximaal 2,58 punten konden pakken.
België loopt uit en voert druk op in onderlinge duels
Niet alleen Frankrijk en Portugal zijn uit beeld verdwenen, want ook België heeft inmiddels een flinke voorsprong opgebouwd ten opzichte van de Eredivisie. Hoewel verschillende internationale rekenmodellen en databases andere tussenstanden gebruiken afhankelijk van de gekozen vijfjarige periode, laten alle ranglijsten van begin november zien dat Nederland flink achterop is geraakt. Zo laat het overzicht van Coëfficiënten.nl zien dat België op de zevende plaats inmiddels 64,050 punten heeft verzameld tegenover 56,395 punten voor nummer acht Nederland. Een achterstand van 7,655 punten dus, terwijl andere rekenmethodes die nog terugrekenen vanaf eerdere periodes ook een gat van ruim vijf tot zeven punten met de Portugezen en Belgen aangeven. Frankrijk staat op de vijfde plaats met totalen die in de verschillende overzichten uiteenlopen van ruim 71.000 tot boven de 83.000 punten inmiddels op grote voorsprong, achter koploper Engeland dat op 106,463 punten staat en nog alle negen clubs in het toernooi heeft.
De opmars van België werd in de Europese speelronde van deze week nog maar eens pijnlijk duidelijk. In een onderling duel in het Philips Stadion leed PSV een nederlaag tegen Club Brugge (1-2), waardoor de club uit Eindhoven na vier duels in de competitiefase van de Champions League op vier punten staat. Omdat ook Ajax verloor in het hoogste Europese toernooi en Belgische clubs als RSC Anderlecht en Union Sint-Gillis wél hun punten pakten, liep België in één midweek weer verder uit met een weekscore van 1,600 punt. Nederland moest het deze week doen met precies 1,000 coëfficiëntpunt, dat werd binnengehaald door zeges van Ajax, NEC en FC Twente in hun Europese wedstrijden.
Nieuwe klap dreigt voor Nederland ondanks kleine lichtpuntjes
Dat alle zes de Nederlandse clubs dit seizoen nog altijd actief zijn in de Europese toernooien, zorgt af en toe nog wel voor goede uitschieters. Zo pakte PSV vorige maand op 21 oktober nog een uitzege op directe concurrent FC Porto, wat meteen 0,333 punt opleverde voor de ranglijst. In diezelfde Europese week van 22 en 23 oktober kregen de Nederlandse clubs het zelfs voor elkaar om op één donderdagavond vier zeges te boeken, waarmee Nederland voor het eerst sinds 23 februari 2012 weer eens de maximale score op een Europese donderdag pakte. Toch leggen die losse overwinningen het over het hele seizoen tot nu toe af tegen de constante punten van de concurrentie. Portugal en België hebben allebei nog al hun vijf ingeschreven clubs in het toernooi, terwijl achtervolger Turkije nog met vier van de vijf deelnemers actief is.
Daarnaast hangt het Nederlandse clubvoetbal bij het opschuiven van de vijfjarige periode een nieuwe tegenvaller boven het hoofd. Zodra de cyclus verschuift naar de periode 2023-2028, valt het topjaar 2022/23 weg uit de berekening en raakt Nederland in één klap 13,500 punten kwijt. Hierdoor zakt de Eredivisie op de nieuwe ranglijst zelfs terug naar de negende plek met 42,895 punten. Terwijl in de verschillende overzichten nog wordt gekeken of het verlies van het tweede directe Champions League-ticket door de doorlooptijd van de UEFA-regels precies ingaat vanaf het seizoen 2027/28 of 2028/29, moeten de Nederlandse clubs eind deze maand meteen weer aan de bak om verdere schade te voorkomen. Op 24 november ontvangt Feyenoord in De Kuip het Portugese FC Porto en gaat PSV op bezoek bij Real Madrid, waarna op 26 november de andere vier Nederlandse ploegen in actie komen in Europa.