KNVB houdt vast aan omstreden stakingsbeleid: 'Gevaarlijk om los te laten'
De KNVB is niet van plan de regels omtrent het (al dan niet definitief) stilleggen van wedstrijden bij ongeregeldheden op de tribunes op korte termijn te gaan herzien. Directeur betaald voetbal Marianne van Leeuwen ziet juist dat de impopulaire maatregelen hun vruchten af beginnen te werpen.
Na de uit de hand gelopen Klassieker in de halve finale van de KNVB Beker van afgelopen seizoen stelde de bond nieuwe, aangescherpte maatregelen in. Ajacied Davy Klaassen werd destijds geraakt door een voorwerp dat vanaf de tribunes op zijn achterhoofd werd gegooid. Na een oponthoud van een half uur werd het duel vervolgens wel uitgespeeld, Ajax plaatste zich met een 1-2 overwinning voor de eindstrijd van het bekertoernooi.
Enkele dagen later kondigde de voetbalbond verscherpte maatregelen aan. Sindsdien worden wedstrijden tijdelijk stilgelegd zodra er iets op het veld wordt gegooid, gebeurt dat na de hervatting opnieuw dan volgt een definitieve staking en wordt het duel later, zonder publiek, alsnog uitgespeeld. Zodra spelers en/of officials geraakt worden vanaf de tribunes wordt zelfs direct teruggegrepen op die tweede, zwaardere maatregel. Het leidde tot veel kritiek: supporters hebben dus de 'macht' om wedstrijden bij een voor hun ongewenste tussenstand op elk moment stil te laten leggen, zoals afgelopen zondag gebeurde bij Ajax - Feyenoord in Amsterdam.
Toch ziet Van Leeuwen dat het beleid succesvol is. "Ik vind het gevaarlijk om de maatregelen nu aan te passen omdat ze wel degelijk effect hebben. Er zijn 300 wedstrijden geweest sindsdien en er zijn vijf wedstrijden definitief gestaakt, waaronder twee die anders ook gestaakt zouden zijn", zegt Van Leeuwen voor de camera's van ESPN. "Eigenlijk hebben we best wel veel vat op het probleem, dus het is gevaarlijk om dat nu los te laten", vervolgt de bestuurder. Onderscheid maken tussen 'vreugdebier' bij een doelpunt en andere zaken die op het veld belanden heeft wat haar betreft dan ook geen zin: "Hoe ga je dat beoordelen en hoe krijg je daar een duidelijke lijn in?", vraagt Van Leeuwen zich af. "Vooral omdat we zien dat er veel minder gegooid wordt, en daar wilden we juist vanaf."