Jan van Halst heeft zich tijdens de Pride in Amsterdam uitgesproken over homoseksualiteit in de voetbalwereld. De oud-topvoetballer ziet nog altijd een 'conservatieve machocultuur' en vindt dat er ontzettend veel werk aan de winkel is.
Van Halst is zaterdag aanwezig in Amsterdam, waar de Canal Parade van Pride Amsterdam plaatsvindt. In gesprek met De Telegraaf gaat de analist van Ziggo Sport in op de acceptatie binnen de voetballerij. "Daar is nog werk aan de winkel", stelt Van Halst. "Het is in mijn ogen nog steeds wel een conservatieve machocultuur. Het wordt wel steeds beter. Er wordt hard aan gewerkt."
Toch ziet Van Halst dat er voor profvoetballers nog altijd een grote drempel bestaat om tijdens hun carrière openlijk homoseksueel te zijn. Slechts weinig spelers hebben die stap tijdens hun actieve loopbaan gezet. "Het gebeurt heel vaak pas na de carrière. Blijkbaar is er dan toch iets wat met druk te maken heeft, of met veiligheid. Daar moet echt aan gewerkt worden, want dit kan niet!"
Van Halst begrijpt tegelijkertijd dat de stap om uit de kast te komen voor een profvoetballer bijzonder groot kan zijn. "Je moet niet onderschatten wat dat met zich meebrengt. Ik kan vanuit mijn eigen perspectief zeggen: je moet de eerste stap maken. Maar ga maar eens in hun schoenen staan", zegt Van Halst. Volgens hem kunnen onder meer de reacties vanuit het publiek en de media een rol spelen. "Daar is echt nog werk aan de winkel."
Toch houdt Van Halst hoop dat de situatie voor homoseksuele voetballers in de toekomst verandert. "Die hoop moet je nooit opgeven. En daarvoor zijn dit soort dagen goed. Om bewustwording te blijven creëren. Hopelijk wordt dat ook ooit een keer vertaald naar het voetbal."