De WK-wedstrijd tussen Algerije en Oostenrijk is zaterdagnacht op absurde wijze geëindigd. De twee landen maakten in de slotfase van de wedstrijd, bij een 2-2 stand, lange tijd geen enkele aanstalten om naar voren te gaan. Daarom keken de toeschouwers een kwartier lang naar met name Algerijnse spelers die de bal heen en weer tikten: de ploegen leken het op een akkoordje te gooien om de gelijke stand te behouden. Diep in de blessuretijd scoorde Algerije echter, waardoor uitschakeling dreigde voor Oostenrijk. Met het laatste balcontact van de wedstrijd werd dat voorkomen: 3-3. Het gelijkspel betekent dat Iran is uitgeschakeld.
Het was al duidelijk dat een curieuze wedstrijd te wachten stond. Algerije wist dat een gelijkspel voldoende was om door te gaan als een van de beste nummers drie. In dat geval zou Algerije het in de zestiende finale opnemen tegen Zwitserland en in een eventuele achtste finale tegen Colombia of Ghana. Het was een aantrekkelijker vooruitzicht dan wanneer Algerije nog naar de tweede plaats zou stijgen: dan zou Spanje wachten en vervolgens Portugal of Kroatië.
Algerije had dus eigenlijk weinig baat bij een overwinning. Velen verwachtten dus dat de wedstrijd weleens kon uitdraaien op een gelijkspel, ook omdat dat voor Oostenrijk voldoende zou zijn om door te gaan. Daarmee zou Oostenrijk de tweede plek vasthouden. Een nederlaag zou betekenen dat Oostenrijk daalde naar de derde plek, en met het doelsaldo van de ploeg zou dat niet voldoende zijn om door te gaan.
De situatie deed denken aan 1982, toen dezelfde twee landen betrokken waren: toen waren West-Duitsland en Oostenrijk tevreden met een 1-0 uitslag, die ervoor zorgde dat Algerije niet doorging. De wedstrijd ging de geschiedenisboeken in als De Schande van Gijón en in de aanloop naar het duel van zaterdagnacht werd rekening gehouden met een soortgelijk scenario. Toch begon de wedstrijd niet als een herhaling van de beruchte affaire. Oostenrijk zette hoog druk, Algerije zocht geduldig naar openingen en vooral Ibrahim Maza liet zich vroeg gelden met enkele technische acties. Marko Arnautovic kreeg al na elf minuten geel na een wilde arm tegen Aïssa Mandi, maar de 37-jarige spits zou later juist bepalend worden.
In de 28e minuut sloeg Oostenrijk toe. David Alaba stuurde met een lange bal het hele veld over Arnautovic weg, die slim tussen de Algerijnse centrumverdedigers opdook. De spits aarzelde kort, maar tikte de bal vervolgens langs de uitkomende doelman Oussama Benbot: 0-1.
Algerije moest komen en deed dat met flair. Chaibi raakte na een combinatie met Mahrez de paal, Maza dwong doelman Schlager tot een redding en vlak voor rust viel alsnog de gelijkmaker. Een bal stuiterde opmerkelijk terug via de cornervlag, waarna Mahrez alert reageerde en Rafik Belghali vond. De rechtsback passeerde twee Oostenrijkers en schoot hard raak in het dak van het doel: 1-1.
Na rust leek het tempo even weg te zakken. Beide ploegen wisten dat een gelijkspel gunstig kon zijn, maar Oostenrijk brak de wedstrijd opnieuw open. Konrad Laimer glipte op rechts achter de Algerijnse defensie en legde strak terug richting Marcel Sabitzer, die vanaf de rand van het gebied hard en zuiver raak schoot: 1-2.
Lang bleef die voorsprong niet staan. Algerije vond opnieuw energie op links en na een krachtige aanval werd de bal laag voorgegeven richting de tweede paal. Daar stond Mahrez klaar om eenvoudig binnen te tikken: 2-2. Voor de aanvoerder was het een bevrijdend moment, nadat hij eerder in de wedstrijd nadrukkelijk naar zijn invloed had gezocht.
Algerije bracht Rayan Aït-Nouri, Samir Chergui en Zineddine Belaid, maar beide ploegen namen steeds minder risico. In de laatste twaalf minuten tikte Algerije de bal rond. Spelers speelden constant breed; soms werden wel wat meters gesprokkeld naar voren, en Rayan Aït-Nouri trok nog een keer dreigend naar voren. Veelzeggend was een vrije trap in minuut 84, waarbij Algerije de indruk wekte te gaan schieten, maar een doelpoging uitbleef.
In de blessuretijd werden de spelers getrakteerd op fluitconcerten, mogelijk van neutrale toeschouwers. Ook verlieten veel fans uit onvrede het stadion. Des te groter was de verrassing toen Mahrez diep in de blessuretijd toch scoorde: op aangeven van Houssem Aouar vond hij de linkerhoek. Oostenrijk was in slaap gesust door Algerije, dat wellicht toch nog wraak wilde nemen voor de schande van 1982. Plots stevende Oostenrijk af op uitschakeling, maar op het allerlaatste moment kopte Sasa Kalajdzic de 3-3 binnen.