PSV ging woensdag onderuit tegen Bayern München, waardoor het de play-offs van de Champions League kon vergeten. Opvallend waren de weinige wissels van trainer Peter Bosz.
De Eindhovenaren kampten al voor het belangrijke duel met een volle ziekenboeg. Naast de blessures voor Alassane Pléa, Myron Boadu, Ricardo Pepi en Marco van Bommel was Yarek Gasiorowski geschorst voor dit duel. Bovendien waren er twijfels over de inzetbaarheid van Anass Salah-Eddine en Guus Til.
Laatstgenoemde kon uiteindelijk wel starten voor de kraker en speelde ook de hele wedstrijd uit. Een brede bank, vooral op offensief vlak, had Bosz echter niet tot zijn beschikking.
Dat was ook goed te merken toen de trainer in de rust jongeling Noah Fernandez bracht om Dennis Man af te lossen. De Roemeen 'was niet helemaal okselfris'. De enige ander wissel die Bosz nog deed, was het inbrengen van Couhaib Driouech om Ivan Perisic wat rust te gunnen. Verder bleven keepers Niek Schiks en Tijn Molenaars, evenals Adamo Nagalo, Salah-Eddine, Kilian Sildilla, Ryan Flamingo, Nicolas Verkooijen en Esmir Bajraktarevic de hele wedstrijd op de bank.
Na afloop kwam op de persconferentie de vraag waarom Bosz zo lang wachtte met wisselen en of hij niet vaker nieuw elan had moeten brengen. Toch kun je niet stellen dat er op aanvallend gebied een overvloed aan kwaliteit op de bank zat bij de Eindhovenaren. "De spelers die ik wilde brengen, zaten bij Bayern op de bank en niet bij PSV", dolt Bosz. Bij de tegenstander kwamen doodleuk Harry Kane, Michael Olise, Alphonso Davies en Serge Gnabry samen het veld in rond het uur. "Verder vond ik dat er niet één speler was die onder zijn niveau speelde. Niet één. Als je dan iemand gaat inbrengen, moet je er wel beter van worden." Voor PSV is het hoog tijd dat enkele aanvallers terugkeren van hun blessures.