Peter Bosz merkt dat de KNVB Beker de afgelopen jaren meer aanzien heeft gekregen in Nederland. Deze week plaatste de trainer zich met PSV voor de halve finale, door sc Heerenveen uit te schakelen (4-1).
Als speler van Feyenoord won Bosz driemaal het bekertoernooi. Als trainer verloor hij de bekerfinale met Heracles Almelo, Maccabi Tel Aviv en Bayer Leverkusen. Bij PSV bereikte hij de finale nog niet; in zijn eerste seizoen was Feyenoord te sterk in de achtste finale en vorig seizoen werden de Eindhovenaren door Go Ahead Eagles de toegang tot de finale ontzegd.
“Feyenoord vind ik vervelender dan Go Ahead, hoe gek dat ook klinkt, want tegen Go Ahead was het de halve finale”, blikt Bosz terug in een persmoment met onder meer De Telegraaf. “We speelden goed, maar verloren mede door de niet gegeven penalty na de overtreding op Noa Lang. Vorig jaar was het anders, want Go Ahead was gewoon beter dan wij en verdiende het om de wedstrijd te winnen.”
Volgens Bosz is het aanzien van de beker veranderd. “Toen ik bij Ajax zat, zei Edwin van der Sar (destijds algemeen directeur, red.) tegen mij dat de beker totaal onbelangrijk was. Het ging maar om één ding en dat was kampioen worden en zo ver mogelijk komen in Europa. De beker vond hij niet eens echt een prijs. Ik was het toen al niet met hem eens, want ik heb het altijd een echte prijs gevonden, en ik denk dat het in de loop der jaren ook veranderd is.”
De KNVB heeft ook bijgedragen aan het prestige van de ‘Dennenappel’, vindt Bosz. “Ik denk dat de KNVB het erg goed gedaan heeft met een vast stadion waar de finale wordt gespeeld en dat elke ploeg de helft van het stadion mag vullen. Voor kleinere clubs is het een geweldige uitdaging. Kijk eens hoe Deventer op zijn kop is gezet vorig seizoen. Ik vind dat de beker echt leeft in Nederland.”