Amerikaanse justitie klaagt FIFA aan om onmogelijk hoge ticketprijzen
De FIFA heeft zichzelf vlak voor het WK flink in problemen gewerkt. De Amerikaanse staten New York en New Jersey zijn namelijk een officieel onderzoek gestart naar de ticketverkoop. De wereldvoetbalbond wordt beschuldigd van misleiding, het creëren van nepschaarste en het kunstmatig opdrijven van de prijzen.
Het Openbaar Ministerie in de Verenigde Staten pikt de verkoopstrategie van Gianni Infantino niet langer. Justitie eist dat de FIFA per direct alle interne documenten en communicatie over de prijsbepaling op tafel legt. Er liggen verdenkingen dat fans bewust onder enorme tijdsdruk zijn gezet om een ticket te kopen, terwijl er achter de schermen met de beschikbaarheid van de stoeltjes werd gemoeid. Bovendien regent het klachten van supporters die zich misleid voelen over de plek die ze in het stadion toegewezen hebben gekregen.
Het Ronaldo en Messi-effect
De grote boosdoener in dit hele verhaal is de introductie van het zogeheten dynamische prijsmodel. De FIFA gebruikt deze zomer een algoritme dat we kennen van Uber of vliegtickets, waarbij de prijs van een kaartje direct meestijgt met de vraag. Sinds de WK-loting in december ging het daardoor hard. Zodra bekend werd waar de absolute wereldsterren hun wedstrijden spelen, schoten de tarieven heel snel omhoog. Vooral de duels van Portugal, met Cristiano Ronaldo, en het Argentinië van Lionel Messi lieten absurde prijsstijgingen zien. Ook wedstrijden van Spanje, Colombia en Uruguay worden onbetaalbaar, terwijl van de 104 WK-wedstrijden alleen de duels van Iran opvallend genoeg goedkoper werden.
Gewone voetbalfan definitief buitenspel gezet
De harde realiteit is dat de trouwe voetbalfan hiermee buitenspel is gezet. Waar je vroeger bij een WK in eigen land vooral een dosis geluk nodig had in de loting, bepaalt nu puur de dikte van je portemonnee of je erbij mag zijn. Volgens The Guardian zijn de prijsstijgingen juist aan de onderkant van de markt het hardst toegeslagen. De Categorie 4-tickets, de goedkoopste plekken die normaal gesproken gereserveerd blijven voor de lokale bevolking, waren in de pre-sale al volledig uitverkocht voordat de openbare verkoop überhaupt begon.
Bovendien zijn deze 'goedkope' stoeltjes gemiddeld al drie keer zo duur als tijdens het vorige WK in Qatar. De FIFA probeerde het nog te voorkomen door op het laatste moment een klein percentage kaarten voor zestig dollar aan te bieden. Die zestig dollar is immers nog altijd een verachtvoudiging van het goedkoopste instaptarief in Qatar.
In 2018 beloofde de FIFA dat de goedkoopste kaarten rond de 21 dollar zouden gaan kosten, zodat het toernooi voor iedereen toegankelijk zou blijven.