De Democratische Republiek Congo plaatste zich voor het WK van 2026 terwijl wereldvoetbalbond FIFA intern al had vastgesteld dat doelman Lionel Mpasi niet speelgerechtigd was. Dat blijkt uit documenten en correspondentie die zijn ingezien door The New York Times. Hoewel een overtreding van deze regels normaal gesproken grote sportieve gevolgen kan hebben, besloot de wereldvoetbalbond Congo niet uit de WK-kwalificatie te halen.
De kwestie kwam aan het licht nadat Nigeria een klacht had ingediend over de speelgerechtigdheid van spelers van Congo. Nigeria was eerder door Congo verslagen, waarna de Congolezen in een beslissende wedstrijd tegen Jamaica nog één overwinning nodig hadden om voor het eerst in 52 jaar het WK te bereiken.
Tijdens het onderzoek ontdekte de FIFA volgens de documenten dat Congo nooit de benodigde papieren had afgerond om Mpasi officieel van voetbalnationaliteit te laten veranderen. De doelman kwam eerder uit voor Franse jeugdelftallen, maar vertegenwoordigde later Congo.
Desondanks mocht Congo verder. De ploeg versloeg Jamaica en verzekerde zich daarmee van deelname aan het WK.
Uit de interne stukken blijkt dat binnen de FIFA verschillende scenario's op tafel lagen. Zo werd overwogen om Nigeria alsnog tot winnaar uit te roepen, Congo een boete te geven of Nigeria de plaats van Congo te laten innemen in het duel met Jamaica.
Er lag echter nog een andere mogelijkheid: niets doen, omdat Nigeria zijn protest te laat zou hebben ingediend. Uiteindelijk werd de klacht op technische gronden afgewezen.
FIFA ontkent de bevindingen van The New York Times niet. De wereldvoetbalbond laat in een reactie weten dat de verantwoordelijke commissies 'autonoom zijn en zaken beoordelen aan de hand van de geldende regels en de specifieke feiten die voorliggen'. Volgens de bond speelde voorzitter Gianni Infantino geen rol bij de beslissing.
In vergelijkbare gevallen greep de FIFA eerder wel hard in. In 2016 kreeg Griekenland een reglementaire nederlaag van 3-0 tegen Turkije nadat een niet-speelgerechtigde speler was opgesteld die eerder voor Australische jeugdelftallen was uitgekomen. Twee jaar later paste de FIFA ook de uitslagen van twee WK-kwalificatiewedstrijden van Bolivia aan vanwege het opstellen van een speler die eerder Paraguay had vertegenwoordigd.
Voor Nigeria waren de gevolgen van de uitschakeling enorm. De nederlaag tegen Congo droeg eraan bij dat het volledige bestuur van de nationale voetbalbond opstapte.
Voormalig bondsvoorzitter Ibrahim Musa Gusau zegt dat Nigeria wel te horen kreeg waarom de klacht formeel werd afgewezen, maar nooit werd geïnformeerd over de bevinding rond Mpasi.
"Ze hebben het gewoon stilgehouden. Ze kunnen het niemand vertellen, omdat ze weten dat dit voor hen tot een enorme crisis kan leiden", zegt Gusau over de FIFA. Hij roept op tot een onderzoek.
De zaak kan ook opnieuw aandacht vestigen op de banden van FIFA-president Infantino met het Afrikaanse voetbal. Infantino heeft tijdens zijn voorzitterschap veel politieke energie en miljoenen dollars aan ontwikkelingsgelden in de 54 Afrikaanse voetbalbonden gestoken. Veel van die landen zouden hem naar verwachting steunen bij de volgende presidentsverkiezing van de FIFA.
Op het moment dat de FIFA de speelgerechtigdheid van Mpasi onderzocht, bereidde Véron Mosengo-Omba, een bondgenoot van Infantino, zich voor op een kandidatuur voor het voorzitterschap van de Congolese voetbalbond. Twee maanden later, terwijl in Congo de euforie rond WK-deelname groot was, werd hij als enige kandidaat gekozen. Acht andere kandidaten hadden zich teruggetrokken of waren na wijzigingen in de toelatingsregels uitgesloten.
Voormalig FIFA-bestuurder Prince Zelkifli Rahman Ngoufonja, beter bekend als Prince Zul, vindt dat die relatie vragen oproept. "Als FIFA Congo van het WK had gehaald", zegt hij, hadden de kansen van Infantino's bondgenoot 'schade kunnen oplopen'. Mosengo-Omba zegt zelf niets te hebben geweten van de bevindingen van FIFA.