Theo Lucius is één van de weinige spelers uit de huidige basisformatie van Feyenoord die vorig seizoen ook van de partij was. In tegenstelling tot teamgenoten als De Cler, Hofland, Sahin, Van Bronckhorst, Bruins en Makaay kan hij zich wél als de dag van gisteren herinneren hoe de situatie exact een jaar geleden was.
Vorig jaar werd Feyenoord verscheurd door een gebrek een kwaliteit, maar ook door een slechte sfeer in de kleedkamer. Met name Pierre van Hooijdonk werd aangewezen als de man die er voor zorgde dat jonge spelers 'klein gehouden' werden en niet lekker in hun vel zaten. Voor Lucius, die medio 2006 overkwam van PSV, was deze situatie niet nieuw. Bij PSV was zoiets ook voorgekomen.
"Het hoort in de top thuis. In mijn eerste jaar bij PSV had ik ook moeite met Waterreus. Totdat ik bij hem op de kamer kwam. Ik leerde hem kennen en ik begreep waarom hij iets zei. Van hem leerde ik wat topsport inhoudt, de wil om te winnen. Het kan er niet altijd vriendschappelijk aan toe gaan. Hij was niet altijd even slim. Dat beseft hij nu ook wel, las ik laatst van hem. En toch: de dingen die hij en Pierre zeiden, moeten worden gezegd. Ik houd er wel van."
Eén van de spelers die gebukt leek te gaan onder de dominante aanwezigheid van Van Hooijdonk, was Jonathan de Guzman. "Ik heb mijn ervaringen met Waterreus wel aan De Guzman verteld. Nu gaat alles weer goed met hem. Hij krijgt vertrouwen van de trainer, maar dat kreeg hij vorig jaar ook. Vraag hem er over vier of vijf jaar naar en hij zal zeggen dat hij veel heeft geleerd van wat Pierre zei. Dat weet ik zeker. Ze zijn nog te jong om dat nu al te beseffen", denkt Lucius.