Arjen Robben merkt progressie bij het Nederlands elftal. Dat vertelde de aanvaller dinsdag tegenover SBS6, na de 0-2 overwinning bij Turkije in de afsluitende WK-kwalificatiewedstrijd.
"We moeten niet te hoog van de toren blazen, want we hebben nog steeds veel werk voor de boeg, maar we maken stapjes", zei Robben. "Vrijdag speelden we al op de manier zoals we willen spelen, door de tegenstander onder druk te houden en agressief naar voren te spelen. Daarbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat Hongarije misschien een iets zwakkere tegenstander was. Turkije kan beter voetballen en dus ging het vandaag ook moeilijker, maar we zijn volgens mij nooit echt in de problemen gekomen. We horen echter nog niet bij de favorieten op het WK, daarover moeten we nuchter zijn."
Robben had met de 0-1 een groot aandeel in de zege van Oranje in Turkije. De aanvaller van Bayern München verraste keeper Volkan Demirel met een vrije trap die van grote afstand in één keer in het doel draaide. "Het was een ideale vrije bal", vervolgde Robben. "Het was wel bewust. In eerste instantie is het de bedoeling dat een ploeggenoot de bal nog raakt, maar als dat niet gebeurt, dan is wel de gedachte dat hij er bij de tweede paal in gaat. En hij vloog fantastisch binnen."