Ben Wijnstekers: 'Ik zou Noa Lang een partij te grazen hebben genomen, irritant mannetje'
In Kop van Zuid, het nieuwe boek over Ben Wijnstekers, vertelt de oud-verdediger over zijn liefde voor Feyenoord. Hij speelde tussen 1975 en 1988 in Rotterdam en is op zeventigjarige leeftijd nog vaak in De Kuip te vinden. Zondag zal hij waarschijnlijk ook aanwezig zijn bij de topper tegen titelconcurrent PSV. De gedachten gaan terug naar de vorige editie in De Kuip.
In mei van dit jaar won PSV met 2-3 van Feyenoord, na twee goals van Noa Lang. Bij de 2-2 ging de PSV’er op de boarding staan. “Toen dacht ik: als ik nu in het veld zou staan, dan zou ik die Noa Lang toch een partij te grazen nemen. Dat vind ik zo’n irritant mannetje”, citeert het Algemeen Dagblad Wijnstekers in zijn nieuwe boek.
“In die wedstrijd maakte hij een handsbal, schoot hij de bal weg en provoceerde hij het publiek door op reclameborden te gaan staan”, somt het clubicoon op. “Als ik op het veld had gelopen, dan had ik hem zo een zetje de gracht in gegeven. Daartoe zou ik in staat zijn. Eigenlijk moet je erboven staan, maar dat ligt niet in mijn karakter. Daarvoor heb ik te veel temperament. Ik zou gezegd hebben: ‘Niet in ons stadion, vriend.'"
Wijnstekers geeft toe dat hij soms van zichzelf vindt dat hij het voetbal te overdreven beleeft. Daar kan hij echter weinig aan doen, zegt hij. “Vanaf mijn vijfde ben ik meegesleurd in dat sfeertje. Het is toch altijd weer een combinatie van overleven, van je afbijten en trots zijn op de club. Dat gevoel heb ik heel sterk als ik wedstrijden kijk. Dan ben ik fanatiek en scheld ik af en toe. Ik ben er zo mee bezig, elke dag. Soms zeg ik tegen mezelf: ‘Doe nou niet zo gek, man, doe eens normaal.’ Maar het gaat er niet uit. Een paar jaar geleden stond ik hier, met die 6-0 overwinning op Ajax, op de stoelen te dansen.”
Zo kreeg hij bonje toen ‘al die PSV’ers hier op de tribune stonden te juichen’ na die 2-3 overwinning. “‘Doe niet zo overdreven, man, ga dat lekker in je eigen stadion doen’, riep ik. Terwijl als ik daar in het stadion ben, sta ik ook als een gek te juichen en denken ze vast: wat is dat voor maffertje? De mensen van het bestuur zeggen weleens met een glimlach: ‘Rustig nou, Ben, even rustig nu hè.’ Maar eigenlijk heb ik er schijt aan, haha.”