De emoties liepen donderdagnacht hoog op in de slotfase van de WK-wedstrijd tussen Portugal en Kroatië (2-1). Nadat een late gelijkmaker van Kroatië werd afgekeurd, gooiden boze fans allerlei voorwerpen op het veld. Daardoor lag de wedstrijd minutenlang stil.
In de dertiende minuut van de blessuretijd leek Kroatië alsnog een verlenging uit het vuur te slepen. Na een chaotische scrimmage belandde de bal via Mario Pašalić bij Joško Gvardiol, die de 2-2 van dichtbij binnenschoof. De treffer leidde echter tot een lange VAR-controle. De arbitrage oordeelde uiteindelijk dat Igor Matanović de bal daarvoor nog had geraakt, waardoor Pašalić op het moment van dat tikje buitenspel stond en vervolgens actief aan de aanval deelnam.
Op basis van de zogeheten Snicko-technologie werd vastgesteld dat Matanović de bal inderdaad had geraakt, waarna de treffer werd afgekeurd. De beslissing zorgde voor enorme woede bij de Kroatische spelers en supporters, die allerlei voorwerpen op het veld gooiden. Daardoor schakelde de regie weg van het veld en werd de blessuretijd, die tien minuten zou duren, verlengd tot negentien minuten.
Ook na afloop blijft de beslissing onderwerp van discussie. Oud-voetballers Matt Upson en Rachel Corsie heven bij de BBC aan op basis van de beschikbare beelden niet overtuigend te kunnen vaststellen dat Matanović de bal daadwerkelijk raakte, terwijl voormalig scheidsrechter Darren Cann juist stelde dat de Snicko-beelden '100 procent bewezen' dat er wel degelijk contact was en het buitenspel dus terecht werd bestraft.