Gianni Infantino ziet het verzet tegen zijn positie als FIFA-voorzitter verder groeien. Sándor Csányi, een van de acht vicevoorzitters van de wereldvoetbalbond en tot voor kort een belangrijke medestander, heeft zijn steun ingetrokken. Tegelijkertijd blijkt de door de Afrikaanse voetbalbond CAF aangekondigde ‘unanieme’ steun voor Infantino achter de schermen aanzienlijk minder eensgezind te zijn geweest. Ook de Israëlische voetbalbond wil dat hij vertrekt.
De positie van Infantino staat onder druk door zijn plannen om commerciële rechten van FIFA-competities onder te brengen in FIFA Forward Enterprise, een met private equity gefinancierde onderneming. Het voorstel leidde binnen de voetbalwereld tot grote weerstand. De kritiek kreeg deze week een nieuwe dimensie na het vertrek van chief operating officer Kevin Lamour, die zich tegen de plannen had uitgesproken.
Voor Csányi was het ontslag van Lamour de druppel. De voorzitter van de Hongaarse voetbalbond, die sinds 2017 deel uitmaakt van de FIFA-top, trok in een brief formeel zijn steun voor het aanblijven van Infantino in.
Volgens Csányi roept de gang van zaken ernstige vragen op over het leiderschap van de FIFA-president. “Dat zijn ontslag het gevolg was van zijn kritiek op dit initiatief – een plan waarvan je uiteindelijk zelf hebt erkend dat het verkeerd was – wijst op ernstige tekortkomingen in professioneel beoordelingsvermogen, ethische normen en leiderschap”, schrijft hij aan de voorzitter.
Csányi was al kritisch over de voorgestelde commerciële constructie. Zijn breuk met Infantino is des te opvallender omdat hij lange tijd tot diens sterkere Europese steunpilaren behoorde.
Ook de Israëlische voetbalbond heeft zijn positie gewijzigd. Voorzitter Moshe Zuares schreef dat de recente gebeurtenissen hebben geleid tot 'een ongekende vertrouwenscrisis', waarna de bond zijn steun aan Infantino introk. Daarmee sluit Israël zich aan bij een groeiende groep bonden die niet langer achter de FIFA-president staat.
Tegelijkertijd ontstaan er vraagtekens bij de steun die Infantino vanuit Afrika zou genieten. De CAF meldde na een vergadering van het uitvoerend comité dat er unanieme steun voor de FIFA-president bestond, maar volgens journalist Romain Molina was daarvan tijdens het overleg geen sprake.
Naast CAF-voorzitter Patrice Motsepe zouden slechts enkele andere bestuurders tijdens de vergadering expliciet hun steun hebben uitgesproken. Het gaat om Fouzi Lekjaa uit Marokko, Ahmed Yahya uit Mauritanië en Souleiman Waberi uit Djibouti. Verder zou Idriss Diallo, voorzitter van de Ivoriaanse bond, eveneens voor het aanblijven van Infantino zijn.
De overige bestuurders reageerden niet en onthielden zich van commentaar. Volgens de berichtgeving waren meerdere betrokkenen achter de schermen verbaasd over het verschil tussen de officiële verklaring van de CAF en wat tijdens de vergadering daadwerkelijk was gezegd.
Die stilte betekent overigens niet automatisch dat de overige bestuurders tegen Infantino zijn. Een deel van hen zou bewust afwachten hoe de machtsverhoudingen zich ontwikkelen. Daarmee is de Afrikaanse steun voor de FIFA-president echter een stuk minder eenduidig dan de CAF aanvankelijk naar buiten bracht.