Luciano Valente ontbreekt in de eerste selectie van Xavi Hernández als bondscoach van Nederland, maar de deur naar Oranje blijft open voor de middenvelder van Feyenoord. Dat maakt Xavi duidelijk op de persconferentie van maandag.
Xavi zat zondagmiddag nog op de tribune in De Kuip, waar Feyenoord met 5-0 won van FC Utrecht. Daar kon hij Valente van dichtbij aan het werk zien. Een dag later krijgt de bondscoach de vraag waarom Valente niet tot zijn selectie behoort.
“Ik praat liever niet over spelers die er niet bij zitten. We houden hem in de gaten en volgen hem, want we hebben veel spelers voor het middenveld en de aanvallende middenveldposities. Hij is een goede speler, een speler met potentie. En net als bij spelers als Memphis en Weghorst geldt: de deur blijft open”, aldus Xavi, die Valente vooral ziet als een aanvallende middenvelder, en niet als een linksbuiten.
Die uitspraak is interessant, omdat Valente bij Feyenoord de laatste weken juist regelmatig vanaf de linkerkant begint. In balbezit trekt hij echter veelvuldig naar binnen en duikt hij op tussen de linies.
Een andere Feyenoorder heeft wel een uitnodiging op zak. Zechiël maakt deze interlandperiode voor het eerst deel uit van Oranje. Xavi zag de middenvelder zondag bovendien voor het eerst live spelen.
“Hij is een goede speler”, zei Xavi over Zechiël. “Hij heeft potentie, veel mogelijkheden. Hij komt goed in de ruimtes. Het is een goede, technische speler. Hij bevalt me wel. Daarom zit hij ook in de selectie.”
Zechiël is niet de enige speler uit de Eredivisie die Xavi bij zijn eerste selectie haalt. Ook Ruben van Bommel, Lutsharel Geertruida, Guus Til en Mexx Meerdink zijn opgeroepen. Voor Xavi vormt spelen in Nederland geen enkele belemmering.
“Het niveau van de Eredivisie is goed”, zegt de bondscoach. “Natuurlijk ligt het aan de club, maar het niveau van de grote clubs is goed. Ze hebben goede spelers, goede talenten. De club zelf maakt me niet uit; ik kijk naar de speler. De intensiteit waarmee hij speelt, het ritme, de passie op het veld. Ik kijk daarbij liever naar het individu.”