Sean Steur kijkt met een goed gevoel terug op zijn eerste interlandperiode bij Jong Oranje. Dankzij een 4-0 overwinning op Bosnië en Herzegovina blijft de hoop op het EK in leven. Zelf keert Steur nu terug naar Newcastle United, waar hij naar eigen zeggen nog lang niet is uitgeleerd.
“Ja, we leven nog. Als je het zo wilt zeggen, kan dat inderdaad, want we hebben het niet in onze eigen hand. Dus een klein gelukje”, reageert Steur na afloop tegenover FCUpdate-journalist Sander Kamphof. Jong Oranje moest zelf winnen en hoopte tegelijkertijd op puntenverlies van Israël tegen Noorwegen. Het gewenste scenario kwam uit.
Tegen Bosnië en Herzegovina bleef het lang spannend. Bij rust stond het nog 0-0, maar paniek was er volgens Steur niet. “Ik denk dat we in de eerste helft ook wel een paar kansen hadden, maar die niet hebben afgemaakt. Dus eigenlijk vond ik het heel rustig.”
Voor Steur betekende deze interlandperiode zijn eerste kennismaking met Jong Oranje. Hij houdt er een positief gevoel aan over. “Leuk team, gezellige ploeg. Ik denk dat we eigenlijk drie wedstrijden hadden die we moesten winnen, waarvan we dat twee keer hebben gedaan. Uiteindelijk denk ik echt wel dat we een goed team hebben waar we gewoon op kunnen bouwen.”
Dat Nederland zich uiteindelijk voor het EK moet plaatsen, staat voor hem buiten kijf. “Tuurlijk moeten we het EK halen. Nederland hoort daar te zijn. Dus het is onze taak om daarvoor te zorgen.”
Steur erkent dat Jong Oranje in de eerste helft tegen het compacte Bosnië en Herzegovina moeite had om openingen te vinden. Ook hijzelf waagde meerdere pogingen van afstand. “Genoeg schoten, ook van mezelf. Laten we er maar niet op ingaan hoe die gingen”, grapt hij. “In de eerste helft hadden we misschien wat meer geduld moeten hebben. Misschien was er soms een geforceerd gevoel, omdat we zo graag wilden winnen. In de tweede helft deden we dat gelukkig een stuk beter.”
Na zijn eerste periode bij Jong Oranje gaat de blik voor Steur alweer richting Engeland. “Ik ga donderdag weer naar Engeland toe, waar ik heel veel zin in heb. Ik heb het daar gewoon heel erg naar mijn zin en ik kan niet wachten om weer terug te gaan.”
Zijn eerste maanden bij Newcastle hebben vertrouwen gegeven, maar Steur vindt dat er nog volop ruimte voor ontwikkeling is. “Het gaat wel goed, alleen het fysieke kan nog beter. Aan de bal, alles kan eigenlijk nog veel beter. Ik denk niet dat ik al op mijn top zit. Dus ik kijk ernaar uit om dat te ontwikkelen.”
Steur weet dat er na zijn transfer vraagtekens waren over de vraag of hij klaar was voor de stap naar Engeland. Toch is hij goed begonnen. “Zeker. Wat ik net al zei: het kan nog veel beter. Maar ik ben blij met hoe het tot nu toe gaat. Die lijn moet ik doorzetten en ik moet alleen nog maar beter worden.”
Ook buiten het veld begint hij steeds meer zijn draai te vinden. Het leven in Engeland betekent wel dat hij vaker op zichzelf is aangewezen. “Mijn ouders proberen er zo vaak mogelijk te zijn, maar ik ben nu wat meer op mezelf en zelfstandig. Voor de rest is het een hele leuke buurt, met aardige mensen. Ik heb eigenlijk alles wat ik nodig heb, dus ik mag niet klagen.”