Kees Smit voelt zich vernederd door frivool spel van Veerman en Schouten: ‘Heel irritant’
Kees Smit baalt als een stekker na de kansloze thuisnederlaag die AZ zondag leed tegen PSV (1-5). De negentienjarige middenvelder constateert na afloop in gesprek met ESPN-verslaggever Hans Kraay junior dat de Alkmaarders als een speelbal fungeerden voor PSV.
AZ kwam er in eigen huis niet aan te pas en droop uiteindelijk met een dikke nederlaag af. PSV leidde binnen het halfuur met 0-3, waarna AZ via Sven Mijnans nog wel wat terugdeed voor rust. Een comeback zat er echter niet in: in de tweede helft liep PSV uit naar een 1-5 overwinning.
“Slecht. Heel slecht”, vertelt Smit na afloop over hoe hij de wedstrijd beleefd heeft. “Ik denk dat we heel slecht beginnen en dan sta je met 3-0 achter. Ja, dan wordt het heel moeilijk. We wilden met lef spelen, maar dit was misschien iets te veel. We gaven het te makkelijk weg.”
Smit had zondag op het veld nimmer het gevoel dat er een resultaat in zat voor AZ, nadat PSV zich binnen 28 minuten een 0-3 voorsprong verschafte. “Nee, nee. Ze waren vandaag vijf keer zo goed als wij.”
Smit geeft toe dat hij zijn dag niet had: weinig acties van de middenvelder lukten. “Dat kan mij wel irriteren, ja, als het niet lukt. Dat is een verbeterpuntje voor mij. Ik moet dan door blijven gaan en ervoor zorgen dat ik alsnog dingen laat zien.”
“Maar ik werd er een beetje moedeloos van”, vervolgt Smit. Eén moment in de tweede helft dreef de jonge AZ’er in het bijzonder tot wanhoop: na een uittrap van doelman Rome-Jayden Owusu-Oduro combineerden PSV'ers Joey Veerman, Jerdy Schouten en Guus Til op het middenveld frivool met elkaar, zonder dat er een speler van AZ tussenkwam. Veerman en Til beroerde daarbij beiden één keer de bal met het hoofd, Schouten zelfs twee keer.
“Op een gegeven moment gingen ze voetvolley spelen met ons”, haalt Smit aan. “Schouten en Veerman: ze bleven maar overkoppen naar elkaar. Dat was heel irritant, ja.” Kraay junior vraagt Smit nog of hij ‘nooit de behoefte heeft om een klein tikkie uit te delen’. De middenvelder antwoordt: “Ik stond er iets te ver vandaan. De stand liet het niet echt toe, denk ik.”