Real Madrid heeft een principeakkoord bereikt met de UEFA om de jarenlange juridische geschillen rondom de Super League te beëindigen. Met deze stap lijkt de omstreden competitie definitief ten dode opgeschreven, nadat eerder deze maand ook Barcelona al liet weten de plannen te laten varen. De Koninklijke meldt dat het akkoord zal dienen om de juridische strijd met de Europese voetbalbond definitief op te lossen.
Het project, dat in 2021 het Europese clubvoetbal op zijn grondvesten deed schudden, kreeg direct enorme kritiek. In eerste instantie wilden twaalf Europese grootmachten buiten de UEFA om een eigen topcompetitie opzetten. Naast Real Madrid en Barcelona ging het om Arsenal, Chelsea, Liverpool, Manchester City, Manchester United, Tottenham Hotspur, Atlético Madrid, AC Milan, Internazionale en Juventus.
Het vooruitzicht van gegarandeerde en torenhoge inkomsten was de drijfveer, maar de weerstand van supporters en andere clubs bleek destijds onoverkomelijk. De meeste clubs zagen al snel af van deelname nadat de UEFA dreigde om deelnemende teams uit te sluiten van Europees voetbal. Uiteindelijk bleven alleen Juventus, Barcelona en Real Madrid over als de laatste pleitbezorgers van het plan.
De Italianen zagen in 2023 af van het plan, waardoor alleen de twee Spaanse rivalen nog overbleven. Hoewel de Super League tussendoor nog werd omgedoopt tot de Unify League en een opzet kreeg die meer weg had van de huidige Champions League, Europa League en Conference League, bleek ook dit onvoldoende om het project levensvatbaar te houden. Volgens critici was het gebrek aan brede steun de nekslag voor het initiatief.
Achter de schermen is de afgelopen maanden vooral ingezet op verzoening met de UEFA Champions League. Barcelona en Real Madrid voerden samen met initiatiefnemer A22 meerdere gesprekken met UEFA over aanpassingen aan het Champions League-format. Daarbij lag de focus op meer topwedstrijden, hogere inkomsten en een nieuwe wereldwijde streamingoplossing, de punten waarvoor de Super League ooit werd opgetuigd.