Het imago van Gerard Piqué heeft een nieuwe, flinke kras opgelopen. De voormalig verdediger van FC Barcelona heeft een boete van maar liefst 200.000 euro gekregen vanwege handel met voorkennis. Volgens de Spaanse beurswaakhond CNMV heeft de wereldkampioen zich niet aan de regels gehouden bij het kopen en verkopen van aandelen, wat hem nu een peperdure rekening oplevert.
De zaak draait om een slimmigheidje dat Piqué begin 2021 probeerde uit te halen. Na een tip van een bevriende zakenman kocht hij ruim 104.000 aandelen in Aspy Global Services. Hij wist namelijk dat er een overnamebod aan zat te komen, waardoor de waarde van de aandelen flink zou stijgen. Precies een week later verkocht de Spanjaard de boel weer met een winst van zo'n 46.000 euro. De autoriteiten laten hem daar echter niet mee wegkomen: de boete is ruim vier keer zo hoog als de winst die hij maakte.
Het nieuws komt op een moment dat de reputatie van de 39-jarige Piqué toch al flink onder vuur ligt. Vorige week kwam de oud-verdediger ook al negatief in het nieuws bij FC Andorra, de club waar hij eigenaar van is. Piqué misdroeg zich daar zo ernstig tegenover een scheidsrechter dat hij zijn taken bij de club tijdelijk moest neerleggen.
Het is een bizar contrast met zijn actieve loopbaan als voetballer, waarin Piqué werkelijk alles won wat er te winnen valt. In de geschiedenis van het voetbal zijn er maar weinig spelers die zo’n prijzenkast bezitten. De Spanjaard won maar liefst vier keer de Champions League en werd negen keer kampioen van Spanje met zijn geliefde Barcelona. Zelfs in Engeland was hij succesvol; in zijn jonge jaren won hij met Manchester United zowel de Premier League als de Engelse supercup.
Zijn grootste successen vierde hij echter met het nationale team van Spanje, waarmee hij zowel wereldkampioen als Europees kampioen werd. In totaal stond Piqué 667 keer op het veld tijdens officiële wedstrijden, waarin hij als verdediger ook nog eens 58 keer wist te scoren.