Pierre van Hooijdonk heeft zijn biologische vader nooit ontmoet. De oud-voetballer werd opgevoed door Jan en Corrie van Hooijdonk, maar werd verwekt door een onbekende man van Marokkaanse komaf.
In een interview met het Algemeen Dagblad-weekendmagazine Mezza vertelt Van Hooijdonk dat hij ‘geen behoefte’ heeft aan een ontmoeting met zijn biologische vader. “Na je geboorte open je je ogen en dan zie je degenen die er voor jou zijn. Dat waren mijn ouders Jan en Corrie. Zij betekenen alles voor me, nog steeds.”
Jan en Corrie overleden respectievelijk tien en zeven jaar geleden. “Ik voel nul drang om mijn biologische vader te zien. Nu niet, nooit.” Van Hooijdonk hecht vooral waarde aan loyaliteit. “Wie er voor me is, kan voor eeuwig op me rekenen.”
Van zijn ouders leerde Van Hooijdonk ‘discipline, doorzettingsvermogen, het onvoorwaardelijke’, zegt hij. “En vooral ook: niet flauw zijn. Als mijn halfbroer Johan of ik een schaafwond op een knie had, hoefden we er niet op te rekenen dat mijn moeder, een welbespraakte vrouw met veel pit in haar flikker, ons in de watten legde. Dan was het: ‘Niet janken, doorgaan.’ Het paste bij de mores in ons ‘mannengezin’.”
Thuis had Van Hooijdonk het goed, vertelt hij. “Nóg zie ik de beelden voor me van al die avonden dat ik op het veldje even verderop eindeloos vrije trappen afvuurde op het door ons zelf getimmerde doeltje. Ik waande me Michel Platini, mijn jeugdheld. Echt, dankzij mijn ouders heb ik de fijnste jeugd gehad die ik me kon wensen. Voor het uiten van emoties was alleen weinig ruimte. ‘Grote jongen zijn’, dat werd er thuis wel ingepeperd.”