Shaqueel van Persie heeft voor het eerst gereageerd op het ontslag van zijn vader Robin van Persie bij Feyenoord. De negentienjarige aanvaller beleefde een uiterst turbulent eerste seizoen in de hoofdmacht, waarin hij doorbrak in het eerste elftal, een zware knieblessure opliep en uiteindelijk zijn vader als hoofdtrainer zag vertrekken. Tegenover het Algemeen Dagblad blikt de talentvolle aanvaller nuchter terug op deze bewogen maanden.
De start van het seizoen leek voor het talent op een jongensboek. Onder leiding van zijn vader maakte hij zijn officiële debuut en op 18 januari eiste hij de hoofdrol op in de stadsderby tegen Sparta Rotterdam. Hoewel Feyenoord dat doelpuntrijke duel in De Kuip verrassend met 3-4 verloor, ging de tiener de wereld over met een fraaie hakbal en een spectaculaire omhaal. "De ontlading en adrenaline bij die tweede goal... Het is heel moeilijk te omschrijven, maar het was een van de mooiste momenten van mijn leven", aldus de jonge aanvaller. Lang duurde die roze wolk echter niet, want elf dagen later sloeg het noodlot toe tijdens een Europa League-wedstrijd tegen Real Betis. "Het kan heel snel gaan. Binnen twee weken van zo’n piek naar slecht nieuws", vertelt Shaqueel, die aanvankelijk vreesde voor een zware knieblessure. "Voor mijn blessure was ik goed onderweg. Ik bracht veel en toen kwam dat moment", klinkt het.
De grootste klap volgde begin juni, toen technisch directeur Dévy Rigaux besloot om Robin van Persie na achttien maanden op straat te zetten. De trainer, die momenteel clubloos is en geniet van zijn vrije tijd, moest vertrekken vanwege een negatieve trend in de resultaten en het veldspel. Voor zijn zoon ontstond daarmee een bijzondere situatie in de kleedkamer. Toch bekijkt de Feyenoorder het ontslag puur vanuit het perspectief van een voetballer. "Ik vind het jammer, maar zo werkt dat in de voetbalwereld. Hij gaat zijn eigen pad en ik ook. Uiteindelijk maakt het voor mij niet heel veel uit. Ik ben gewoon voetballer. Ik geloof in mijn eigen kwaliteiten. Het is aan mij om die te laten zien", stelt hij resoluut.
De aanvaller wil dan ook niet uitsluitend gezien worden als de zoon van de voormalig topspits van Oranje. Zijn vader heeft hem altijd op het hart gedrukt om zelfstandig te zijn en een eigen weg te kiezen. "Mijn vader heeft als voetballer zijn droom al beleefd en heeft al een heel mooie carrière achter de rug. Ik kijk niet naar zijn carrière en wil het zelf maken. Nu is het mijn beurt om het te laten zien", verklaart hij.
Inmiddels is de blik in Rotterdam-Zuid volledig op de toekomst gericht. De tiener is volledig hersteld van zijn knieblessure en traint tijdens het huidige trainingskamp in Tubeke weer volop mee met de selectie. Hij maakte in juli zelfs alweer speelminuten en een doelpunt in een oefenduel met Club Brugge. Onder de nieuwe hoofdtrainer Giovanni van Bronckhorst hoopt hij het spel extra glans te geven. "Spelen in de Kuip is magisch. Ik kom er al vanaf mijn tiende of elfde. Op die leeftijd verwacht je niet dat je daar ooit speelt en goals scoort. De kans dat je het haalt, is zo klein. Dat ik er nu mag spelen, daar ben ik trots op", besluit het talent.