Gjivai Zechiël beleeft een sterke start van het seizoen bij Feyenoord, maar is ook dankbaar voor zijn periode bij FC Utrecht. Vooral Ron Jans en Jordy Zuidam hebben een belangrijke rol gespeeld in zijn ontwikkeling tot scorende middenvelder, vertelt hij in een interview met ESPN.
"Zij hebben me toen gehaald", blikt Zechiël terug op vorig jaar, toen hij op huurbasis overstapte van Feyenoord naar Utrecht. "Wij hebben heel veel gesprekken gehad, over als wat voor speler zij mij zien. En hoe zij mij zagen, zo zag ik mezelf ook wel."
Zechiël heeft een mooie week achter de rug. Hij bereikte een mondeling akkoord over een nieuw contract en werd vrijdag voor het eerst uitgeroepen tot Eredivisie Speler van de Maand. Die onderscheiding volgt na een uitstekende seizoenstart: in zijn eerste vier competitiewedstrijden namens Feyenoord was hij goed voor drie doelpunten en één assist.
In Utrecht ontwikkelde Zechiël zich nadrukkelijk als middenvelder die ook voor het doel gevaarlijk kan worden. Helemaal vreemd was dat scorende vermogen overigens niet voor hem. "Ik ben begonnen als aanvaller. Bij Swift Boys was ik linksbuiten en bij Xerxes ook."
Onder Jans en met Zuidam als technisch directeur kreeg hij vervolgens duidelijkheid over de rol waarin FC Utrecht hem zag. Dat vertrouwen betaalde zich uit. In vijftig wedstrijden voor de club kwam Zechiël tot tien doelpunten en tien assists. Daarnaast werd hij tijdens zijn periode in de Domstad tweemaal uitgeroepen tot Johan Cruijff Talent van de Maand.
Na dat sterke seizoen keerde hij terug bij Feyenoord. Daar weet Zechiël dat dezelfde productie alleen niet voldoende is. "Het moet nog een stapje beter. Ik ga de wedstrijd in met: ik wil belangrijk zijn voor de ploeg. Zowel verdedigend als aanvallend."