Peter Bosz zette in februari zijn handtekening onder een nieuw contract bij PSV, waardoor hij tot medio 2028 vastligt. Terwijl hij nadacht over zijn toekomst, was er ook externe belangstelling voor hem, bevestigt de trainer aan het Eindhovens Dagblad. Ook blikt Bosz terug op de afgelopen jaren bij PSV en waarin hij verschilt als trainer en als speler.
PSV werd zondag voor de 27ste keer landskampioen; de derde landstitel op rij in drie seizoenen met Bosz aan het roer. De Eindhovenaren wilden vanzelfsprekend dolgraag met de succestrainer door en begin februari zette hij zijn handtekening onder een nieuwe verbintenis. Daardoor kan men in het Philips Stadion ook in de komende twee seizoenen nog genieten van het voetbal van Bosz.
Een langer verblijf bij PSV was echter niet de enige optie, zo maakt de 62-jarige oefenmeester duidelijk. “Er was externe belangstelling en misschien is dat gezien de afgelopen jaren niet zo raar”, geeft Bosz toe. “Uiteindelijk was het voor mij makkelijk. Ik weet wat ik hier heb en voel me hier heel goed.”
Toch heeft Bosz naar eigen zeggen ‘eigenlijk niet genoeg’ genoten van de afgelopen jaren in Eindhoven. “Ik wil altijd waakzaam blijven, dat zit een beetje in me. Dat had ik wel al als speler. Altijd ‘aan’ willen staan”, licht hij toe. “Nu moet dat als trainer ook en kan ik nergens iets laten liggen. Als ik gemakzuchtig ben, wat kan ik dan van mijn spelers verwachten?”
Waar Bosz in zijn houding dus nog altijd erg lijkt op hoe hij als speler was, zijn er ook grote verschillen, zo ziet hij zelf. “De voetballer die ik zelf was, staat haaks op de voorkeuren die ik als trainer heb”, geeft de oefenmeester van PSV aan. “Ik zou mezelf nooit opstellen. Ik was verdedigende middenvelder, maar werk zelf met controlerende middenvelders.”