Voormalig international Philip Cocu kan terugkijken op een imposante loopbaan, met prijzen in binnen- en buitenland en een sleutelrol bij het Nederlands elftal. Toch overheerst bij de oud-middenvelder niet alleen trots. Er zijn momenten geweest waarop hij net naast het hoogst haalbare greep, zo memoreert hij in een interview met zijn eigen zaakwaarnemer Rob Jansen.
Jansen stelt Cocu de vraag waar hij van baalt in zijn carrière. “Als ik terugkijk, dan denk ik vooral aan het Nederlands elftal, maar ook aan mijn periodes bij Barcelona. En bij PSV heb ik ook zo’n moment gehad waarop je nét niet dat ultieme bereikt. Het WK winnen, halve finales halen… Bij Barcelona haalde ik twee keer de halve finale van de Champions League, bij PSV één keer."
Cocu vierde landstitels bij PSV (vier keer) en Barcelona (één keer). "Ik heb titels gewonnen en echt veel prijzen gepakt, maar toch heb ik het gevoel dat er meer in had gezeten. Neem het WK van ’98 in Frankrijk. Dan denk je: dit elftal kan het winnen. We speelden tegen Brazilië en verloren na penalty’s. Als je die penalty mist, dan doet dat wel iets met je. Maar vooral het gevoel dat je als team wereldkampioen had kunnen worden, dat blijft hangen”, geeft de 55-jarige voormalig middenvelder toe.
Die halve finale van het WK 1998 tegen Brazilië geldt als een van de meest pijnlijke momenten uit zijn carrière. Oranje beschikte over een uitzonderlijk sterke selectie, maar strandde na strafschoppen. Volgens Cocu had de eindzege erin gezeten.
Cocu: “Hetzelfde geldt voor het EK 2000, in eigen land en België. Ook daar had het zomaar gekund. En dat heb ik bij Barcelona eigenlijk ook gehad: dat je voelt dat je zó dichtbij bent, maar net voor de eindstreep haal je het niet. Dat zijn wel momenten waarvan ik denk: dat had er gewoon ingezeten, maar het is niet gelukt."