Interviews houdt hij liever niet, maar in gesprek met het Algemeen Dagblad neemt Guus Til na de landstitel tóch de moeite. Maar waarom staat de 28-jarige voetballer de media liever niet te woord?
"Ik weet na een wedstrijd zelf dondersgoed wat ik goed en fout heb gedaan, maar er zijn ook veel mensen die er niet over nadenken en wel van alles roepen. Dat vind ik soms lastig, daar erger ik me snel aan. Dus blijf ik liever weg van interviews", legt hij uit. "Voor je het weet kom je over als een betweter, een pedant mannetje."
Daarom heeft Til een groepje mensen om zich heen verzameld met wie hij spart over zijn prestaties op het veld: "En nee, dat zijn geen mensen die met me meelullen. Want dat vind ik ook weer niet fijn", zo laat hij weten. Een discussie met zijn teamgenoten gaat hij ook niet uit de weg.
"Ik kan fel discussiëren met Jerdy (Schouten, red.). Juist met Jer, omdat ik hem zie als iemand die ook veel over voetbal nadenkt. Als wij het niet eens zijn, kunnen we giftig worden, omdat we niet kunnen snappen dat we het oneens zijn. ‘Hoe kan jíj dat nou niet zien?!’"
Til komt misschien over als een rustig persoon over, maar is op het trainingsveld een gifkikker; een speler die ontzettend veel kan schelden als het niet loopt zoals hij het graag ziet: "Klopt helemaal. Ik ben heel vervelend als het niet loopt. Ik herinner me een keer een training waarbij ik Malik Tillman een schop gaf. Meteen sorry gezegd, maar toen kwam de trainer en ging ik helemaal los tegen hem."