De verplichte drinkpauzes op het WK 2026 worden door veel voetbalfans ervaren als irritant, maar bieden kansen voor adverteerders. De onderbrekingen, die dit wereldkampioenschap voor het eerst standaard worden toegepast, blijken een lucratief nieuw reclamemoment te zijn.
De FIFA voerde de drinkpauzes naar eigen zeggen in vanwege de hoge temperaturen waarmee spelers in de Verenigde Staten, Canada en Mexico te maken krijgen. Halverwege iedere helft ligt het spel ongeveer drie minuten stil, zodat voetballers kunnen afkoelen en drinken. Daarmee ontstaat een extra reclamemoment voor televisieomroepen. Voorzitter Gianni Infantino ontkent dat de FIFA geld verdient aan de pauzes, maar televisiezenders doen dat wel.
Uit een analyse van onderzoeksbureau Nielsen blijkt dat adverteerders flink willen betalen voor de reclamemomenten, zo meldt De Volkskrant. Een reclamespot tijdens een drinkpauze kost op NPO 1 gemiddeld ruim 600 euro per seconde. Dat is ongeveer een derde meer dan een spotje in de rust, waar gemiddeld tussen de 410 en 445 euro per seconde wordt betaald.
Hoewel de drinkpauzes drie minuten duren, benut de publieke omroep de beschikbare reclametijd niet volledig. Gemiddeld duren de reclameblokken ongeveer 69 seconden. Volgens de FIFA-reglementen mogen omroepen maximaal 130 seconden reclame uitzenden tijdens zo'n onderbreking, mits de uitzending uiterlijk dertig seconden vóór de spelhervatting terugkeert naar het veld.
Van alle adverteerders maakten Specsavers en Odido tot nu toe het meest gebruik van de nieuwe reclamemogelijkheid. Beide bedrijven waren in de eerste anderhalve week van het WK al ruim vier minuten in beeld. Ook Jumbo, Airbnb en Haleon investeerden veel in de nieuwe reclameslots.
Opvallend is dat niet alle grote merken voor de dure drinkpauzes kiezen. Albert Heijn is rondom WK-wedstrijden juist het vaakst te zien vóór de aftrap, in de rust en na het laatste fluitsignaal, terwijl de supermarktketen nauwelijks reclame uitzendt tijdens de nieuwe onderbrekingen.