De spelers van het Nederlands elftal worden in Kansas City nauwelijks herkend op straat, zo laat Marianne van Leeuwen weten in gesprek met het Algemeen Dagblad. Een speler kreeg zelfs de vraag of hij in de Verenigde Staten was om voetbal te kijken.
Oranje heeft gedurende het WK het basiskamp in Kansas City, waar het de laatste groepswedstrijd, tegen Tunesië (3-1 winst), speelde. In gesprek met het AD krijgt Van Leeuwen voorgelegd dat de spelers de sfeer in Kansas City relaxt vinden, omdat ze minder worden herkend op straat. Daar kan de directeur betaald voetbal van de KNVB zich in vinden.
“Een speler bij ons gaf een leuk voorbeeld”, begint Van Leeuwen een anekdote. “Hij vertelde dat hij op straat liep met zijn familie en ze konden de weg niet goed vinden.” Vervolgens stopte er een Amerikaan met zijn auto, die aanbood de betreffende speler en zijn familie te brengen. “Die speler zei: ‘Zou ik ergens anders nooit doen, zomaar instappen.’ Maar hier kon het.”
Volgens Van Leeuwen hadden de Amerikanen in de auto ‘geen flauw idee’ wie de Oranje-speler was. “Ze vroegen: ‘Komen jullie voetbal kijken tijdens de vakantie?’ Het geeft spelers een vrij gevoel dat ze hier nog normaal over straat kunnen. En het relativeert.” Wie de speler in kwestie was, laat Van Leeuwen in het midden.