Er zijn wedstrijden die groter voelen dan negentig minuten voetbal. Engeland tegen Argentinië is zo’n affiche. Niet alleen vanwege Lionel Messi, niet alleen vanwege de wereldtitel die op het spel staat, maar vooral vanwege alles wat er in het verleden tussen deze twee landen is gebeurd. Toch lijkt er bij Engeland iets veranderd. Deze ploeg kijkt niet meer achterom. Onder Thomas Tuchel draait het niet om oude trauma’s, maar om de overtuiging dat dit misschien wel hét moment kan zijn.
De wedstrijden van 1986 en 1998 zie je overal weer voorbij komen. De hand van Diego Maradona, de rode kaart van Beckham, de eeuwige discussie over wie de grootste voetbalnatie is. Engeland en Argentinië hebben een verleden dat verder gaat dan alleen voetbal. De rivaliteit wordt gevoed door historische ontmoetingen, maar ook door de wetenschap dat beide landen altijd geloven dat zij thuishoren op het allerhoogste niveau.
Opvallend genoeg lijkt deze Engelse ploeg zich daar nauwelijks door te laten beïnvloeden. Misschien is dat wel de grootste verandering onder Thomas Tuchel: Engeland speelt eindelijk zonder het gewicht van zijn eigen geschiedenis op de schouders. Jarenlang was dat precies het probleem. De Engelsen beschikten vaak over voldoende kwaliteit om ver te komen, maar op de momenten waarop het écht moest gebeuren, leek de druk van tientallen jaren aan verwachtingen de ploeg te verlammen.
Het WK van 2018 leek een doorbraak te worden. Onder Gareth Southgate bereikte Engeland voor het eerst sinds 1990 weer de halve finale van een wereldkampioenschap en de hoop op een nieuwe gouden generatie groeide. Tegen Kroatië leek de droom werkelijkheid te worden toen Kieran Trippier de Engelsen al vroeg op voorsprong zette uit een vrije trap. Toch zakte de ploeg langzaam weg en na een verlenging maakte Mario Mandzukic een einde aan de Engelse droom. Het was opnieuw een pijnlijke herinnering aan een oud patroon: Engeland kwam dichtbij, maar de grootste momenten bleken telkens net te groot.
Vier jaar later volgde een nieuwe kans. In Qatar speelde Engeland misschien wel zijn beste wedstrijd van het toernooi tegen Frankrijk. De ploeg van Southgate was tactisch sterk, creëerde meerdere kansen en liet zien dat het niveau had om de wereldkampioen uit te schakelen. Toch eindigde ook dat avontuur in teleurstelling. Harry Kane kreeg vanaf de strafschopstip de mogelijkheid om Engeland terug te brengen in de wedstrijd, maar schoot over. Opnieuw bleef de vraag hangen: wanneer zet Engeland eindelijk die laatste stap?
Ook op het EK bleef die twijfel bestaan. De verloren finale tegen Italië op Wembley in 2021 en de nederlaag tegen Spanje in de finale van 2024 zorgden ervoor dat Engeland inmiddels een bijzonder verhaal heeft opgebouwd. Het land behoort structureel tot de beste voetballanden ter wereld, maar de prijzenkast bleef grotendeels onaangeraakt. Juist daarom is de komst van Thomas Tuchel zo interessant.
De Duitse trainer staat bekend als iemand die juist op de grootste momenten weinig onder de indruk raakt van omstandigheden. Of het nu een Champions League-finale met Chelsea tegen Manchester City is, een topwedstrijd met Bayern München of een duel waarin zijn ploeg onder enorme druk staat: Tuchel heeft vaker bewezen dat hij op details kan sturen wanneer de spanning het hoogst is. Dat is precies wat Engeland nodig heeft. Geen nieuwe verhalen over de droogte sinds 1966, geen eindeloze analyses over gemiste kansen uit het verleden, maar een trainer die zijn spelers ervan overtuigt dat alleen het heden telt.
En op dat veld beschikt Engeland misschien wel over de meest complete selectie van dit WK. Niet alleen vanwege de individuele kwaliteit, maar vooral vanwege de hoeveelheid spelers die gewend zijn geraakt aan wedstrijden op het hoogste niveau. Jude Bellingham is daar het grootste voorbeeld van. De middenvelder is niet langer het talent dat vooral ervaring komt opdoen, maar een speler van wie wordt verwacht dat hij wedstrijden beslist. Bij Real Madrid bewees hij al dat hij op de grootste momenten kan opstaan met belangrijke doelpunten tegen onder meer Barcelona en in de Champions League. Ook tijdens dit WK laat hij zien dat hij de persoonlijkheid heeft om een elftal te dragen, zo schoot hij zijn team persoonlijk langs Noorwegen.
Ook Declan Rice speelt een belangrijke rol in de nieuwe uitstraling van Engeland. De middenvelder van Arsenal is misschien niet de speler die de meeste aandacht opeist, maar juist tegen ploegen als Argentinië kan zijn waarde doorslaggevend zijn. Rice is de speler die het evenwicht bewaakt, ruimtes dichtloopt en ervoor zorgt dat de creatieve spelers voor hem de vrijheid krijgen om het verschil te maken. Juist in grote wedstrijden komt zijn spel misschien wel het beste tot zijn recht. Rice schuwt de fysieke duels niet, leest het spel uitstekend en geeft Engeland rust wanneer de druk van de tegenstander toeneemt.
En dan is er Harry Kane. De aanvoerder kent als geen ander de pijn van gemiste kansen op het hoogste podium. Zijn misser tegen Frankrijk in Qatar bleef lang hangen, maar sindsdien heeft Kane opnieuw bewezen waarom hij tot de beste spitsen ter wereld behoort. Zijn tweede seizoen bij Bayern München was misschien wel zijn beste ooit en ook dit WK laat hij zien dat zijn waarde verder gaat dan alleen doelpunten maken. Kane brengt ervaring, leiderschap en het vermogen om op de juiste momenten op te staan.
Tegenover die Engelse kwaliteiten staat echter misschien wel de grootste mentale kracht van het internationale voetbal: Argentinië. De wereldkampioen weet als geen ander hoe je wedstrijden onder extreme druk moet spelen. Tijdens het WK van 2022 leek de ploeg na de verrassende nederlaag tegen Saudi-Arabië vroegtijdig in de problemen te komen, maar Argentinië herstelde zich op indrukwekkende wijze. Tegen Nederland overleefde de ploeg een krankzinnige kwartfinale, tegen Kroatië toonde het tactische volwassenheid en in de finale tegen Frankrijk bewees Argentinië over een bijna ongekende mentale weerbaarheid te beschikken.
Toch ligt Argentinië tijdens dit WK meer dan ooit onder een vergrootglas. Dat heeft alles te maken met één naam: Lionel Messi. Waar de wereld in 2022 massaal meeleefde met de zoektocht van de superster naar zijn eerste wereldtitel, is de discussie rondom Argentinië inmiddels veel feller geworden. Op sociale media klinkt regelmatig kritiek en leeft bij sommige supporters het gevoel dat Messi en Argentinië opvallend vaak voordeel krijgen van beslissingen. Bewijzen dat de FIFA de Argentijnen zou helpen zijn er niet, maar het sentiment zorgt er wel voor dat vrijwel iedere twijfelachtige beslissing rondom de wereldkampioen uitgebreid wordt besproken.
Voor Engeland ligt de uitdaging daarom niet alleen in het stoppen van Messi. Natuurlijk blijft de Argentijn het grootste verhaal van dit toernooi. Hij speelt mogelijk zijn laatste WK en iedere wedstrijd voelt daardoor als een nieuw hoofdstuk in de carrière van een van de grootste spelers aller tijden. Maar Engeland zal zich daar niet door moeten laten meeslepen. Grote wedstrijden worden niet gewonnen door bewondering voor de tegenstander, maar door het uitvoeren van een eigen plan.
Tuchel weet dat als geen ander. Hij zal Messi niet proberen volledig uit de wedstrijd te halen, want dat is vrijwel onmogelijk. De sleutel ligt waarschijnlijk in het beperken van de ruimtes waarin de Argentijn gevaarlijk wordt. Voorkomen dat hij tussen de linies vrij kan draaien, voorkomen dat Argentinië comfortabel het tempo bepaalt en zorgen dat Engeland zelf de controle houdt. Daar ligt misschien wel de grootste kans voor de Engelsen. Argentinië is op zijn best wanneer het de wedstrijd kan vertragen, wanneer Messi de vrijheid krijgt om het spel te lezen en wanneer de ploeg rondom hem precies weet wanneer het moet versnellen. Engeland zal moeten proberen dat ritme te verstoren en de wereldkampioen uit zijn comfortzone te halen.
Misschien is dat wel het grootste verschil met eerdere Engelse generaties. Deze ploeg probeert niet langer te bewijzen dat Engeland thuishoort bij de beste landen ter wereld. Dat bewijs is inmiddels geleverd. De vraag is alleen nog of deze generatie eindelijk de laatste stap kan zetten. De halve finale tegen Argentinië wordt geen wedstrijd tussen een land dat wacht op revanche en een land dat zijn wereldtitel verdedigt. Het wordt een duel tussen twee ploegen die geloven dat ze geschiedenis kunnen schrijven.
Engeland kijkt niet meer naar het verleden.
Het kijkt naar de finale.