Ruud Gullit heeft een positief gevoel overgehouden aan de eerste interlandperiode van Oranje onder Xavi Hernández. In zijn column voor De Telegraaf spreekt Gullit zijn enthousiasme uit over meerdere spelers die de afgelopen weken debuteerden of terugkeerden bij Oranje. Zo is hij aangenaam verrast door Gjivai Zechiël.
Volgens Gullit kwam het ‘misschien niet eens zo slecht uit’ dat Xavi niet kon beschikken over de geblesseerde Frenkie de Jong en Donyell Malen. “Nu waren Joey Veerman en Kenneth Taylor plots terug, maakten Mexx Meerdink, Ruben van Bommel en Gjivai Zechiël hun debuut en kregen Jorrel Hato en Guus Til speeltijd”, somt hij op.
Twee maanden geleden zou Gullit ‘geen antwoord’ hebben op de vraag welk talent zich aandient bij Oranje. “Nu hebben Van Bommel, Meerdink en Zechiël zich laten zien”, geeft hij aan. “Op het middenveld heb ik genoten van de invalbeurten van Zechiël. Hij speelde onbevangen, durfde weg te draaien bij zijn tegenstanders en de bal in één keer te spelen. Het waren maar invalbeurten, maar met hem erbij gebeurde er iets.”
“Bij Zechiëls doorbraak bij Feyenoord dacht ik dat hij nog te licht was voor Oranje, maar daar moet ik op terugkomen. Hij kon gemakkelijk mee en heeft me daarmee verbaasd en positief verrast”, geeft Gullit aan. Zechiël deed als invaller mee in de laatste twee interlands van Oranje. De middenvelder van Feyenoord speelde 12 minuten tegen Griekenland (2-2) en 31 minuten tegen Servië (2-1 zege).