Na de uitschakeling van Feyenoord, FC Utrecht en Go Ahead Eagles in de Europa League kan de financiële balans worden opgemaakt. De drie Nederlandse clubs hielden gezamenlijk ruim dertig miljoen euro over aan hun Europese campagnes, waarbij Feyenoord het meeste verdiende.
Feyenoord nam afscheid van de Europa League na een nederlaag tegen Real Betis. De Rotterdammers waren bij voorbaat verzekerd van een startpremie van 4,31 miljoen euro. Daarnaast ontving de club 9,34 miljoen euro uit de zogeheten Value Pillar, die is gebaseerd op Europese prestaties in het verleden en de tv-markt van het betreffende land.
In sportief opzicht bleef het Europese avontuur beperkt tot twee overwinningen, goed voor 900.000 euro aan prestatiebonussen. Door de 29ste plaats in de eindrangschikking kwam daar nog 600.000 euro bij. In totaal verdiende Feyenoord daarmee 15,15 miljoen euro in de Europa League.
Go Ahead Eagles begon de competitiefase eveneens met een startpremie van 4,31 miljoen euro en kreeg 2,63 miljoen euro uit de Value Pillar. De ploeg van Melvin Boel won twee wedstrijden en speelde één keer gelijk, wat 1,05 miljoen euro aan bonussen opleverde.
Als nummer 28 van de eindstand ontving Go Ahead nog 675.000 euro, waardoor de totale opbrengst uitkwam op 8,67 miljoen euro.
FC Utrecht kon eveneens rekenen op een startpremie van 4,31 miljoen euro en ontving daarnaast 350.000 euro voor het overleven van de voorrondes. Vanuit de Value Pillar kwam daar 2,33 miljoen euro bij.
Sportief bleef de bijdrage beperkt tot één gelijkspel, goed voor 150.000 euro. De 34ste plek op de ranglijst leverde Utrecht nog 225.000 euro op. Daarmee eindigde de Europese opbrengst van de Domstedelingen op 7,37 miljoen euro.