Óscar García werd door Jordi Cruijff aangesteld als de nieuwe trainer van Jong Ajax, waar hij de opvolger werd van de ontslagen Willem Weijs. De Spanjaard zat maandag voor het eerst op de bank tegen SC Cambuur (1-2 verlies) en legde voor de wedstrijd uit waarom hij voor Ajax heeft gekozen.
“Waarom niet? Dat is de vraag”, reageert García als hij bij ESPN de vraag krijgt waarom hij naar Amsterdam is gekomen. “Als Jordi of de familie Cruijff belt, neem je op. Voor mij is het geweldig.” De Spanjaard haalt aan in de jeugdopleiding van FC Barcelona te zijn begonnen en onder meer met spelers als Hugo Ekitike en Dayot Upamecano te hebben gewerkt. “Ik houd ervan om met jonge spelers te werken.”
Cruijff speelde een belangrijke rol in de komst van García naar Nederland. “Ik ken Ajax, maar als het een andere club was geweest had ik deze rol misschien niet aangenomen”, zo laat de oefenmeester weten. Sinds 2012 was García actief als hoofdtrainer van eerste elftallen, maar voor Ajax en Cruijff maakt hij dus een uitzondering. “Ajax en Barcelona hebben een goede relatie en eenzelfde stijl van voetballen. Gezamenlijke fantastische coaches als Louis van Gaal en Johan Cruijff... Maar als het niet Ajax was geweest, had ik waarschijnlijk niet getraind in een eerste divisie.”
Verwacht García in de toekomst trainer te zijn van Ajax 1? “Mijn ambitie is om spelers beter te maken”, antwoordt hij. “Toen Jordi met mij sprak, heeft hij het eerste elftal niet genoemd. Daar ga ik dus niet over beginnen.” Toch heeft García wel een duidelijk doel voor ogen. “Ik wil over anderhalf jaar drie, vier, vijf spelers van Jong Ajax als basisspelers van het eerste zien.”