Pol van Boekel kreeg woensdagavond veel kritiek te verwerken tijdens de Champions League-wedstrijd tussen Bayern München en Real Madrid (4-3). De Nederlandse VAR leek bij de derde goal van de Spanjaarden een duidelijke overtreding van Antonio Rüdiger te missen.
Bayern München won een week geleden met 1-2 op bezoek bij Real Madrid, waardoor het met een klein voordeel aan de return in Duitsland begon. Het was een spectaculaire wedstrijd in de kwartfinale van de Champions League, waarbij de bezoekers tot drie keer toe op voorsprong kwamen, maar uiteindelijk op een 4-3 nederlaag werden getrakteerd.
Met name de derde treffer van Real Madrid, gemaakt door Kylian Mbappé, zorgde voor vraagtekens bij kijkers. Voorafgaand aan de tegenaanval leek Rüdiger namelijk een overtreding te maken op Josip Stanisic, maar scheidsrechter Slavko Vincic liet doorspelen. “Rüdiger geeft Stanisic toch een klap? Kijkt de VAR nog mee, uit Nederland?”, vraagt Willem Vissers van De Volkskrant zich af. Van Boekel besloot echter ook niet in te grijpen; een beslissing waar op X veel kritiek op kwam.
In de slotfase van de wedstrijd moest Real Madrid met tien man verder toen Eduardo Camavinga zijn tweede gele kaart kreeg voor het vasthouden van de bal. Die kaart leidde tot ongeloof bij de Madrilenen. “Na de rode kaart was het over en uit”, verzucht Alvaro Arbeloa na afloop van het duel. “Het is echt ongelooflijk dat je een speler hiervoor naar de kant stuurt. Ik kan het echt niet geloven, het is onmogelijk om op zo’n moment in zo’n wedstrijd een rode kaart te trekken. We zijn ontzettend teleurgesteld en boos. Het is compleet oneerlijk.” Deze kritiek van Arbeloa is niet tot Van Boekel gericht, omdat de VAR niet had mogen ingrijpen bij de tweede gele kaart.