Ronald Koeman heeft helemaal niks met publiciteit, zo geeft hij aan in 1 op 1 met Rob Jansen. De bondscoach van Oranje gaat vaak met een pet op over straat om niet herkend te worden. Mocht iemand hem wel herkennen, vindt hij het belangrijk om goed met fans om te gaan zolang ze hem met respect behandelen.
Het lot van een voetballer en trainer is dat ze overal herkend zullen worden. Zo geldt dat ook voor Koeman, een van de grootste spelers uit zijn generatie. De huidige bondscoach van Oranje kan daar mee leven, maar zoekt niet bewust de publiciteit op. “Overal waar ik kom in drukte, ben ik op de achtergrond”, begint de keuzeheer. “Ik word vaak liever niet herkend dan wel.” Daarom draagt hij vaak een pet als hij een stukje gaat wandelen in Nederland of in Barcelona.
“Dan herkent niet iedereen je. Ik ga niet in een menigte laten zien: hier is Ronald Koeman”, legt hij uit. “Liever sta ik op de achtergrond en ben ik niet in beeld. Zo ben ik.” De bondscoach geeft aan ‘toch wel’ in beeld te komen. “Ik kom altijd in beeld, daar hoef ik niet iets voor te doen. Het is heel prettig en een heel lekker gevoel als je zo kunt zijn.”
Als Koeman dan wel wordt herkend op straat, is hij altijd aardig. “Maar ik kan me wel eens irriteren aan mensen”, geeft de trainer toe. “Als ze schreeuwen, of als je op Schiphol bent om op vakantie te gaan: ‘Hé Koeman, waar ga je heen?’ Dat vind ik verschrikkelijk.” Voor mensen die ‘respect tonen’ wil Koeman wel de tijd nemen. “Wat in Spanje vaak gebeurt: als je in een restaurant zit en kinderen willen met je op de foto, zie je al de hele tijd dat die kinderen kijken. Als ze dat op een goede manier doen, zal ik altijd opstaan. Ik zal never nooit ‘nee’ zeggen.” Koeman geeft aan een verzoek om een foto als compliment te ervaren.
De trainer maakt een vergelijking met zijn eigen jeugd, toen zijn vader Martin bij GVAV – in 1971 overgegaan in FC Groningen – speelde. “Dan stonden wij ook buiten de kleedkamer als Ajax of Feyenoord kwam. Dan zou je het ook niet leuk vinden als ze gewoon langs je heen liepen. Ik ga dus altijd naar mensen toe.” De bondscoach geeft wel toe dat hij niet voor iedereen tijd kan nemen als er honderden of zelfs duizenden mensen achter dranghekken staan als hij met Oranje ergens komt.