Bondscoach Ronald Koeman heeft tijdens het WK niet alleen de taak om de beste opstelling te kiezen, maar ook om de reservespelers tevreden te houden. Voormalig perschef Kees Jansma weet hoe moeilijk dat kan zijn. In een terugblik op het WK 2014 noemt hij de situatie van Klaas-Jan Huntelaar op het WK 2014 als voorbeeld.
“Bij ieder toernooi is het lastig dat een aantal spelers gewoon nooit speelt”, zegt Jansma in de thema-uitzending van Rondo over het toernooi van 2014. “Dat zal ook nu het geval zijn. Nu mag je er 26 meenemen. Toen waren het er 23, maar toch blijft er altijd een groep die niet aan de bak komt. Die moet je te vriend houden en gretig houden, dat is hartstikke moeilijk. Ze voelen zich toch een beetje het vijfde wiel aan de wagen.”
Toenmalig rechtsback Daryl Janmaat vult aan: “Zeker zo iemand als Klaas-Jan, die zo’n status had en bij tachtig procent van de landen in de basis zou hebben gestaan.” Huntelaar gold als een dodelijke spits in het zestienmetergebied en heeft met 42 doelpunten uit 76 interlands ook een goed moyenne bij Oranje, zeker omdat hij het vaak met invalbeurten moest doen. Robin van Persie was jarenlang de nummer één, ook in 2014.
“Ik weet niet of jullie het weten, maar dan ga ik het nu vertellen”, zegt Jansma. “Ik weet nog dat we tijdens het toernooi beneden in de lobby van het hotel zaten. Van Gaal zei tegen mij: ‘Ga jij eens wat drinken met die Huntelaar.’ Ik vroeg waarom hij dat wilde. ‘Hij verdient dat’, zei Van Gaal. Toen zijn we de straat op gegaan. Hij droeg z’n oranje jack en deelde handtekeningen uit op de Copacabana. Daar had hij oog voor, Klaas was niet chagrijnig. Het was natuurlijk al een behoorlijk gearriveerde speler.”
Ondanks zijn reserverol was Huntelaar van grote waarde op het WK 2014. Hij benutte de strafschop die Oranje ten koste van Mexico naar de kwartfinale bracht. Dat was zijn eerste optreden op het toernooi; later viel hij ook in tijdens de verlengingen tegen Costa Rica (kwartfinale) en Argentinië (halve finale).