Tim Hofman is in de podcast Radio BOOS uitgebreid teruggekomen op de storm die ontstond na zijn harde uitspraken over Wout Weghorst. De presentator maakte de spits belachelijk nadat die na Qarabag FK - FC Twente sprak over ‘hulp van boven’. Hofman erkent nu dat zijn woordkeuze te hard was, maar blijft inhoudelijk achter zijn kritiek staan. Het verwijt dat hij hetzelfde nooit over een moslimvoetballer zou zeggen, klopt volgens hem niet.
Hofman noemde het eerder ‘leipe betrekkingswaan’ dat Weghorst dacht dat God hem tijdens een voetbalwedstrijd hielp. Politici als Caroline van der Plas, Henk Vermeer, Annabel Nanninga, Mona Keijzer en Don Ceder mengden zich vervolgens in de discussie. Daarbij werd meermaals de vergelijking met moslims gemaakt.
“Toen ging de conservatieve flank zich ermee bemoeien. En dat was echt wild”, zegt Hofman nu. Hij begrijpt naar eigen zeggen wel dat er kritiek kwam op de manier waarop hij zijn boodschap formuleerde. “Je kunt natuurlijk best tegen mij zeggen: ‘Hofman, luister, druk je eens anders uit.’ Dan kunnen we het daarover hebben of een inhoudelijk debat voeren.”
Zijn oorspronkelijke bewoordingen noemt hij achteraf 'weinig subtiel'. “Dat moet ik toegeven. Woorden als ‘krankzinnig’ had ik misschien niet moeten gebruiken. ‘Leipe betrekkingswaan’… de betrekkingswaan wel. Ik kan het ook anders uitdrukken en dat moet ik denk ik ook doen.”
De kritiek richtte zich voornamelijk op een onderscheid dat Hofman zou maken tussen religies. Van der Plas vroeg zich bijvoorbeeld af of hij dezelfde woorden zou gebruiken wanneer een moslimspeler iets vergelijkbaars had gezegd. Ook Ceder maakte die vergelijking. “Als het hele Egyptische elftal bidt, hoor je niemand”, zei de ChristenUnie-politicus.
Daar is Hofman het niet mee eens. “Ten eerste is dat niet waar. Het zijn precies deze mensen die altijd woedend zijn als ze ergens een moslim zien ademen. En ik snap ook niet wat het punt nou is. Mijn punt ging vooral over de betrekkingswaan, niet over bidden an sich.”
Volgens Hofman zijn de reacties van politici niet oprecht. "Wat is deze nep-caring van die politici? En die opiniemakers? Het is een hele grote mond voor mensen die genocidaal Israël steunen, doorgaans vrouwenrechten willen inperken, pleiten voor remigratie, of allemaal tegelijk. Dit gaat om een voetballende multimiljonair. En het is ook niet alsof ik voor zijn deur heb gestaan en gezegd: ik wil jou op je knieën schoppen. Doe even rustig. Het is vooral weer stok om moslims mee te slaan."
Zijn kritiek zou niets te maken hebben met de christelijke achtergrond of huidskleur van Weghorst. “Het is geen christenhaat. Ik haat christenen niet. Ik haat het christendom niet. Zijn huidskleur is voor mij volstrekt irrelevant in deze kwestie.”
Hofman zegt dat hij in sommige maatschappelijke discussies wél onderscheid maakt tussen verschillende religies. Daarbij verwijst hij naar een eerder gesprek dat hij voerde met Arjen Lubach. “De positie van een moslim is doorgaans anders dan die van een christen in ons land. Het christendom is veel meer met macht verweven dan bijvoorbeeld de islam. Het jodendom heeft weer een aparte positie als we het daarover hebben. Dus op die manier moet je daar wel degelijk verschillend naar kijken.”
In het geval-Weghorst is dat volgens hem echter niet waar zijn kritiek om draait. “Hier gaat het mij om de manier van uiten. Om de manier waarop je jezelf als het centrum van het universum ziet en om die blik op waar God nou wel en niet ingrijpt. En om waar dat in deze tijd voor staat. Wout Weghorst, een voetballende multimiljonair, was daar een voorbeeld van. En toevallig is Wout Weghorst wit en christen.”