De ochtendkranten zijn niet heel enthousiast geworden van het 1-1-gelijkspel van PSV tegen Shakhtar Donetsk. Hoewel de Eindhovenaren niet verloren, zien ze vooral een gemiste kans om goed van start te gaan in de competitiefase van de Champions League.
PSV opende het Champions League-seizoen met een 1-1-gelijkspel tegen het Oekraïense Shakhtar. Vlak voor rust opende Gleiker Mendoza de score, waarna Sergiño Dest de stand kort na de pauze gelijktrok.
“PSV had zich voorgenomen eindelijk weer de eerste wedstrijd in de Champions League te winnen, maar het verzet van Shakhtar Donetsk bleek taaier dan verwacht: 1-1. Dat viel even tegen”, opent De Volkskrant zijn stuk.
Willem Vissers gaat verder: “Het duel was tot de rust vrij saai, vrijwel zonder kansen. Shakhtar hoefde niet per se veel meer te doen dan het deed, en PSV kon niet veel beter. Kort voor rust stond PSV opeens achter.”
“Het mooiste moment voor PSV was het bevrijdende gevoel van rechtsachter Sergino Dest, die met zijn offensieve drang een sleutelrol vervult in het beoogde aanvalsspel”, aldus De Volkskrant.
Die treffer van Dest moest de Eindhovenaren een boost geven: “Nu leek PSV tegen het taaie Shakhtar tot meer in staat. Leek, want na donderdagavond is duidelijk dat de weerstand voor PSV buiten de landsgrenzen totaal anders is dan in veel nationale wedstrijden”, stelt Elfrink van het Eindhovens Dagblad.
Elfrink zag Ricardo Pepi weinig in het stuk voorkomen en Filip Kostic een verdienstelijk debuut beleven: “Geen verlies, dat niet. Maar slechts een punt. Dat was niet waar PSV voor ging en dat is bepaald niet de start waar in Eindhoven op was gehoopt. Dit was één van de wedstrijden waarin de ploeg drie van de benodigde tien of elf punten wilde verzamelen”, luidt de conclusie.
De Telegraaf zag de Eindhovenaren domineren in de tweede helft: “PSV domineerde met daarbij een opvallende rol voor Kodai Sano, die goed aan de bal was, maar ook ijzersterk in de duels. Het is knap hoe snel de van NEC overgekomen middenvelder zijn draai heeft gevonden bij PSV. Het laat zien hoe groot het talent van de Japanner is”, schrijft Jeroen Kapteijns.