Peter Bosz houdt zijn hart vast om de fitheid van Ruben van Bommel tijdens de interlandperiode van het Nederlands elftal. De oefenmeester van PSV zag zijn aanvaller, die afgelopen seizoen kampte met een kruisbandblessure, de nodige minuten maken bij Oranje en hoopt dat dit geen nieuwe blessure gaat opleveren.
Van Bommel kende een fantastisch eerste blok van het seizoen, waarmee hij voor het eerst een plekje in de Oranje-selectie van Xavi Hernández bemachtigde. Ook bij zijn debuut maakte de zoon van Mark van Bommel indruk, met een fraaie assist op Cody Gakpo tegen Duitsland. De 22-jarige buitenspeler kwam deze interlandperiode in ieder duel in actie en dat zorgt voor gemengde gevoelens bij Bosz.
De oefenmeester van PSV zag Lutsharel Geertruida en Paul Wanner met blessures terugkeren van de nationale ploeg, maar houdt zijn hart vast in het geval van Van Bommel. “Ik maakte me ook zorgen over Ruben van Bommel. Die jongen komt terug van een kruisbandblessure. Dat is natuurlijk een hele zware blessure en de ervaring leert dat een heleboel jongens die terugkomen van zo’n zware blessure, dat die vaak een blessure eroverheen krijgen”, zegt hij tegen onder meer De Telegraaf.
Door de blessure van Gakpo kwam Van Bommel al vroeg in het veld, terwijl hij tegen Griekenland een basisplaats had. “Als trainer vond ik het eerlijk gezegd prima dat hij in de rust eraf ging (tegen Griekenland, red.), want ik was bang dat hij negentig minuten zou maken, nadat hij al zoveel gespeeld heeft. Op die manier kijk ik ook een beetje als trainer, een beetje egoïstisch misschien, maar ik hoop wel dat ik ze gezond terugkrijg”, aldus Bosz.