Het Nederlands elftal bereidt zich voor op de extreme hitte waarmee het te maken zal krijgen op het WK. Met temperaturen die in Dallas, Houston en Kansas City richting de veertig graden kunnen oplopen, rekent Oranje op een slijtageslag.
Volgens bondsarts Edwin Goedhart ligt de grootste uitdaging bovendien niet eens bij de temperatuur zelf. “Vooral de hoge luchtvochtigheid. Die is vervelend, maar daar kun je wel aan wennen. Tegelijkertijd wil je in de voorbereiding ook goed kunnen trainen. Dus het mag warm zijn, maar niet zo vochtig dat je niet aan je meters komt”, waarschuwt hij in een interview met de NOS.
Oranje werkt daarom een zorgvuldig uitgestippelde route af richting het toernooi. Eerst volgen trainingsdagen in Zeist, daarna reist de selectie naar New York voor een kort trainingskamp, om uiteindelijk neer te strijken in Kansas City. Achter die planning zit een duidelijke gedachte: het lichaam zo gecontroleerd mogelijk laten wennen aan de omstandigheden die het team straks tijdens het WK te wachten staan.
De medische staf van Oranje kijkt nadrukkelijk verder dan alleen het weerbericht. Goedhart weet uit ervaring dat voorbereiden op extreme omstandigheden grillig kan verlopen. “Voor het WK van 2014 in Brazilië gingen we naar Portugal om te wennen aan de warmte. Toen stak daar een flinke wind op en was het nog kouder dan in Nederland.”
Toch lijkt Kansas City bewust gekozen als meest gunstige uitvalsbasis van de drie speelsteden in de groepsfase. Daar zal Oranje voornamelijk aan het einde van de ochtend trainen op de complexen van Kansas City Current.
Opmerkelijk genoeg verwacht de medische staf juist daar de zwaarste omstandigheden tijdens een wedstrijd. Nederland speelt de eerste groepsduels tegen Japan in Dallas en Zweden in Houston namelijk in gekoelde stadions. Dankzij airconditioning zal het daar tijdens de wedstrijden rond de 23 à 24 graden blijven.
Dat ligt anders bij het duel met Tunesië in het Arrowhead Stadium in Kansas City. Het stadion beschikt niet over een dak of klimaatregeling en bij de aftrap om 18.00 uur lokale tijd kan de luchtvochtigheid nog altijd hoog zijn.
Goedhart ziet daarin juist een voordeel voor Oranje. Tegen de tijd dat die derde groepswedstrijd wordt gespeeld, heeft de selectie al ruim tweeënhalve week in Kansas getraind. Volgens de bondsarts hebben spelers ongeveer twee weken nodig om optimaal te acclimatiseren.
De omstandigheden zullen ook invloed hebben op het spelbeeld, verwacht Goedhart. “Als de omstandigheden warm en vochtig zijn, gaat de spelsnelheid naar beneden. Dan zul je misschien meer passes zien dan sprints en dat zal tactisch ook andere dingen vragen, maar daar ga ik niet over.”
Achter de schermen worden de herstelmethodes daarop aangepast. De bekende ijsbaden, inmiddels standaard in de topsport, verdwijnen in de aanloop naar wedstrijden juist naar de achtergrond. “Want dan gaat je lichaamstemperatuur naar beneden, terwijl we dat juist niet willen. Je kunt beter in een Turkse sauna gaan zitten, om te acclimatiseren.”
De KNVB trekt daarnaast een uitgebreide medische en specialistische staf mee naar het WK. Naast twee artsen, vijf fysiotherapeuten, twee masseurs en een sportdiëtiste werkt Oranje ook samen met experts op het gebied van thermopsychologie, slaapritme en sportvoeding.
Hoewel de voetbalbond zich voorbereidt op extreme omstandigheden, wil Goedhart de dreiging ook niet groter maken dan nodig. “In 2014 speelden we tegen Mexico in Fortaleza, waar het bloedheet was. Toen we de cijfers terugkeken, vielen de problemen bij de spelers enorm mee.”
Toch ligt er voor de zekerheid nieuw materiaal klaar langs de lijn. “Dit wordt het eerste WK met een cooling bag langs de lijn. Een lange zak waar een oververhit persoon in kan. Dat zit nu bij het assortiment. Maar ik denk dat we het niet nodig zullen hebben, want dan hebben we daarvoor al wel ingegrepen”, knipoogt Goedhart.