Wim Kieft is een keer echt bang geweest in een voetbalstadion, zo vertelt hij in KieftJansenEgmondGijp. Toen hij als analist aanwezig was bij een wedstrijd van FC Twente werd de oud-spits achterna gezeten door een groep van Vak-P en moest hij flink rennen om bij ze weg te komen.
Kieft is ook na zijn carrière als profvoetballer regelmatig in stadions geweest. De oud-speler van Ajax en PSV is als co-commentator actief geweest en heeft ook vaak wedstrijden bezocht als analist. In KieftJansenEgmondGijp krijgt hij de vraag of hij ooit bang is geweest in een stadion. Waar hij in eerste instantie aangeeft dat dit niet het geval is, kan hij zich uiteindelijk toch een moment herinneren.
“Een keer bij FC Twente ben ik echt bang geweest”, geeft Kieft aan. De oud-voetballer geeft aan dat hij ‘in zijn naïviteit’ van de ene kant van het stadion naar de andere kant liep, onderweg naar de commentaarpositie. “Ik liep met mijn telefoon, een beetje om me een houding te geven”, herinnert hij zich. “Maar ik vergat dat ik onder het vak van de harde kern, Vak-P, door moest.”
Kieft kon die tocht onder Vak-P door niet veilig maken, zo weet hij nog goed. “Ze hebben mij achtervolgd en ik moest rennen”, aldus de oud-spits. “Ze probeerden me een ruimte in te trekken. Ze waren niet blij met me.” Uiteindelijk is Kieft ontsnapt door op een hek af te rennen. “Een fractie van een seconde dacht ik: ‘Je zult zien, dat hek is dicht’. Ik ben geen geboren optimist, maar het hek was open.”
Het was overigens niet de enige keer dat Kieft werd achtervolgd door een groep supporters; ook bij FC Utrecht kwamen ze een keer achter hem aan. “Hetzelfde, ik weet niet waarom, maar toen werd ik ook achtervolgd. Toen kwam die politieagent die bij Utrecht gespeeld heeft, die redde mij.” Daarmee doelt hij op Ton de Kruijk, die tussen 1976 en 1988 bij de Domstedelingen speelde en eveneens werkzaam was bij de politie.