Frenkie de Jong wijst grote kracht van Oranje aan
Frenkie de Jong kan zich erin vinden dat de kwartfinale van het WK een realistisch eindstation is voor Oranje, zo laat hij weten in gesprek met Voetbal International. Toch wil de middenvelder niet uitsluiten dat Nederland gaat verrassen. Daarbij wijst hij met name naar de ‘onvoorspelbaarheid’ van het team.
Nederland begint zondag in Dallas aan het WK in Canada, Mexico en de Verenigde Staten met een wedstrijd tegen Japan. Oranje is gedurende het toernooi zeker niet een van de topfavorieten en de kwartfinale zou, net als vier jaar geleden in Qatar, zomaar het eindstation kunnen zijn. Toch denkt De Jong dat Oranje kan verrassen. “De onvoorspelbaarheid van ons team kan onze kracht zijn”, denkt de middenvelder van FC Barcelona.
“We hebben veel snelheid en fysieke kwaliteiten én ik denk dat wij aan de bal ook heel goed kunnen spelen”, vervolgt hij. “Ik zie een elftal dat in de omschakeling gevaarlijk kan zijn, een elftal met lengte ook, fysiek sterk, wat ik al zei.” De Jong denkt dan ook dat geen enkel land ernaar uitkijkt om op het WK tegen Oranje te spelen, zo maakt hij duidelijk.
Waar er in Nederland momenteel veel negativiteit bestaat over de kansen van Oranje na twee matige oefenwedstrijden, is men in het buitenland een stuk positiever. “Ik voel in de kleedkamer van Barcelona dat we er met het Nederlands elftal best wel goed op staan en zeer serieus worden genomen, zeker na die twee wedstrijden tegen Spanje vorig jaar voor de Nations League”, geeft De Jong aan. “Ik denk zelfs dat de opinie in het buitenland over ons team veel positiever is dan in Nederland zelf.”
Waarom men in het buitenland positiever is over Oranje dan in Nederland, weet hij niet zeker. “Ze kijken vermoedelijk naar ons elftal en denken dan: geen slechte spelers, hoor. Nu vermoed ik dat veel Nederlanders er ook wel zo over denken, en zal de twijfel die er ook is te maken hebben met het feit dat we lang niet van een topland hebben gewonnen”, schat De Jong in. “Maar dan kan je weer tegenin brengen dat we steeds een aantal belangrijke spelers moesten missen. Frankrijk, Engeland, dat zijn landen met een vijver die een paar keer zo groot is als die van Nederland. Dat maakt het makkelijker om geblesseerde spelers te vervangen.”