Theo Janssen vindt het jammer dat Dusan Tadic rugnummer 10 heeft opgeëist bij NEC. De zomeraanwinst nam het nummer over van Tjaronn Chery, die nog altijd in Nijmegen speelt. Volgens Janssen heeft Tadic het ‘niet nodig’ om zich op die manier te laten gelden.
In gesprek met Voetbal International noemt Janssen de terugkeer van Tadic in Nederland ‘geweldig voor de Eredivisie’. “Tadic is een persoonlijkheid, een voorbeeld voor heel veel mensen hoe hij de sport beleeft. Op dat vlak gaat hij echt veel toevoegen”, verwacht de oud-middenvelder. “Wat ik wel jammer vond, was dat Tadic zich zo druk maakt om een rugnummertje.”
“Chery speelde bij NEC, was aanvoerder met nummer 10, en nu moet Tadic dat nummer hebben. Ik denk: Wat maakt zo’n nummertje nou uit? Maar voor sommige jongens is zoiets blijkbaar heel belangrijk, is het een bepaalde trots”, denkt Janssen. “Naar buiten toe is het verhaal allemaal leuk en aardig, dat iedereen het prima vindt, maar als je Chery had gevraagd of hij nummer 10 had willen behouden, had hij natuurlijk ja gezegd.”
Janssen weet nog dat hij zelf, toen hij in 2012 terugkeerde bij Vitesse, de vraag kreeg of hij een bepaald rugnummer wilde hebben en of hij aanvoerder wilde worden. “Ik heb gewoon gezegd: Welke nummers zijn vrij? Nummer 5? Prima joh, doe lekker nummer 5. En ik heb gelijk gezegd: Guram Kashia is de aanvoerder, dat blijft hij."
"Hij nam ook contact met me op en zei dat hij wel graag aanvoerder wilde blijven", blikt Janssen terug. "Sowieso, als ik wat wil zeggen, doe ik het toch wel. Wat maakt zo’n aanvoerdersband nou uit? Nu was het helemaal goed. Kashia gelukkig en iedereen blij. Ik had het daarom ook wel mooi gevonden als Tadic bij NEC binnen was gekomen en had gezegd: Is rugnummer 33 vrij? Prima, doe mij lekker dat nummer. Hij heeft dat helemaal niet nodig.”