Zeven scheidsrechters in Nederland krijgen de komende jaren geleidelijk steeds meer verantwoordelijkheid. Het zevental maakt deel uit van de zogeheten Talents Group en zal vaker topwedstrijden toebedeeld krijgen in de Eredivisie. Dat laat manager scheidsrechterszaken Raymond van Meenen weten aan Voetbal International.
In het interview wordt Van Meenen geconfronteerd met het ‘grote gat’ dat bestaat tussen de twee topscheidsrechters, Danny Makkelie en Serdar Gözübüyük, en de rest van het gilde. “Dat heeft tijd nodig”, reageert de scheidsrechtersbaas. “Of de opvolgers direct Europese top zijn, weet je niet. We hebben zeven scheidsrechters in de Talents Group die mogelijk op termijn hun posities over kunnen nemen. Zij volgen een speciaal programma, met meer coaching van oud-scheidsrechters.”
Het gaat daarbij om Sander van der Eijk, Joey Kooij, Marc Nagtegaal, Jannick van der Laan, Robin Hensgens, Alex Bos en Martijn Vos. “Zij gaan vaker de topclubs fluiten, dat zijn stappen. De één is verder dan de ander. Uit dit groepje komen de eerste opvolgers, maar het duurt nog even.”
Van der Eijk floot vorige maand al de topper tussen Ajax en PSV. Vooraf sprak oud-topscheidsrechter Mario van der Ende zijn verbazing uit over die keuze. Na die wedstrijd zei Van Meenen dat Van der Eijk eigenlijk een rode kaart had moeten geven aan Ruben van Bommel voor een overtreding op Ajax-verdediger Aaron Bouwman.
Van Meenen vreest niet dat Makkelie (43) en Gözübüyük (40) op korte termijn stoppen als scheidsrechter. “Ik praat vrij frequent met ze, serieuze gesprekken over de toekomst. Ze hebben allebei aangegeven graag nog door te willen met fluiten. Zij zijn natuurlijk op een ander niveau actief, in Europa, mogelijk op eindtoernooien. Daar moeten we zuinig op zijn. Zij hebben met nog meer druk te maken. Ik ben blij met ze, voor de balans is het fijn om ze te hebben.”
“Danny en Serdar hebben door hun jarenlange internationale ervaring een bijzondere positie. Daarachter hebben we scheidsrechters die nationaal stabiel presteren en een groep die nadrukkelijk in ontwikkeling is: de potentials die over mogelijk drie, vier jaar top moeten zijn”, stelt Van Meenen.