Johan Derksen heeft totaal geen begrip voor de mensen die Sarina Wiegman naar voren schuiven als mogelijke nieuwe bondscoach van Oranje, maakt hij duidelijk in Groeten uit Grolloo. De oud-verdediger stelt dat het vrouwenvoetbal een compleet andere sport is dan mannenvoetbal en noemt het ‘lachwekkend, dom en naïef’ om de naam van Wiegman te noemen.
Ronald Koeman stapte vorige week op als bondscoach van Oranje, dus werd er volop gespeculeerd over zijn opvolger. Onder meer Jan en Youri Mulder hebben Wiegman, al jarenlang de beste trainer in het vrouwenvoetbal, naar voren geschoven als kandidaat. Overigens zou ze volgens Hugo Borst helemaal geen interesse hebben in een vertrek bij de Engelse vrouwen.
In zijn podcast steekt Derksen zijn onvrede over de suggestie dat Wiegman Koeman kan opvolgen niet onder stoelen of banken. “Ik vind het werkelijk lachwekkend”, steekt hij van wal. “Ik vind het ook dom en naïef. Maar mensen willen deugen en voor de bühne scoren: ‘Kijk mij eens geëmancipeerd zijn’. Mevrouw Wiegman doet het goed met de dames, dat zal ik niet tegenspreken, maar ze heeft nog nooit te maken gehad met het echte topvoetbal. De dames blijven qua tempo achter, qua tactisch inzicht, qua individuele techniek… Het lijkt helemaal nergens op.”
“Zolang een jeugdelftal van een redelijke amateurclub moeiteloos wint van het Nederlandse damesteam, moeten we het damesvoetbal in Nederland niet te hoog inschatten”, gaat Derksen verder. “Op dat niveau heeft ze gewerkt. Ze kan zich helemaal niet verplaatsen in het werken met grote voetballers die in allerlei dingen uitblinken.”
Derksen benadrukt het ‘onverantwoord en lachwekkend’ te vinden als Wiegman wordt aangesteld als bondscoach van Nederland. “Het zou ook een klap in het gezicht zijn van allerlei trainers. Als zij bondscoach van Nederland kan worden, kan iedere amateurtrainer van een derdeklasser ook bondscoach van Nederland worden.” Volgens Derksen is ‘status’ belangrijk voor de bondscoach. “Je moet als voetballer en trainer iets gepresteerd hebben. Dus we moeten nu eens ophouden met dat geneuzel over mevrouw Wiegman.”