Forse kritiek op Van Gaal: 'Wat er toen gebeurde kon écht niet'
Louis van Gaal krijgt forse kritiek van Martijn Reuser rond het symposium over mentale gezondheid bij profvoetballers, dat gisteren (woensdag) in Breda werd gehouden. Reuser maakte in de jaren 90 van de vorige eeuw onder Van Gaal zijn profdebuut bij Ajax.
De inmiddels 51-jarige Reuser werd in oktober 1993 voor de leeuwen gegooid in de achtste finale van het toernooi om de Europa Cup II. De toen achttienjarige kwam in de tweede helft als invaller voor John van den Brom binnen de lijnen tegen Besiktas, in een vol Olympisch Stadion - dat destijds nog plaats bood aan tienduizenden toeschouwers.
'Er is mij als 18-jarige nooit gevraagd hoe het met mij ging'
Reuser benadrukt dat hij de trainer Van Gaal 'hoog heeft zitten'. "Maar wat er toen gebeurde, dat kon met de kennis van nu écht niet", wordt de oud-voetballer geciteerd door de NOS. "Ik kreeg bij wijze van spreken een trap onder mijn kont toen ik die avond mijn Europese debuut moest maken. Terwijl ik als de dood was om voor het eerst van mijn leven voor 65.000 mensen te moeten spelen. Er is mij als 18-jarige nooit door Van Gaal gevraagd hoe het met me ging. Hoe ik me voelde. Daar was geen tijd voor. Want Ajax, en dus ook Van Gaal, wilde alleen maar zo snel mogelijk naar de top."
'Dat is toch bizar om tegen een gastje van 18 te zeggen?'
Naar eigen zeggen heeft Reuser 'een enorme struggle' meegemaakt bij Ajax. "De eerste anderhalf jaar na die wedstrijd tegen Besiktas heb ik met pijn in mijn rug gespeeld. Anderhalf jaar lang heb ik mijn mond gehouden. Niemand wist ervan. Had iemand in die tijd maar eens de moeite genomen om te vragen hoe het met me ging, denk ik nu. Om te zeggen dat het inderdaad heel spannend is om in het eerste van Ajax te spelen." Het enige wat hij echter van Van Gaal te horen kreeg, was dat hij 'beter dan Jari Litmanen' moest zijn. "Dat is toch bizar om tegen een gastje van 18 te zeggen?", aldus Reuser.
Wat bovendien niet meehielp voor Reuser, was het feit dat ook de andere trainers waarmee hij bij Ajax te maken kreeg - Gerard van der Lem, Co Adriaanse en Spitz Kohn worden bij naam genoemd - 'alleen maar tegen je konden schreeuwen', hoewel Reuser hen óók betitelt als 'vakmensen'. "Terugkijkend op die periode en met de kennis van nu weet ik dat Van Gaal het beste met me voor heeft gehad. Je kunt je alleen afvragen of zijn aanpak de beste methode was", besluit Reuser het onderwerp.