Menno Geelen door het stof: ‘Ik had media zelf te woord moeten staan’
Menno Geelen ‘baalt’ van het feit dat hij financieel directeur Shashi Baboeram Panday de media te woord heeft laten staan na de staking, zo laat de algemeen directeur van Ajax weten op de clubkanalen. Gezien de ernst van de situatie vindt Geelen achteraf dat hij deze taak zelf op zich had moeten nemen.
De wedstrijd tussen Ajax en FC Groningen werd zondag na zes minuten definitief gestaakt, nadat Ajax-supporters vanaf de F-Side tot twee keer toe vuurwerk op het veld gooiden. Scheidsrechter Bas Nijhuis kon de veiligheid van de spelers niet garanderen, gezien het om doelbewuste acties ging. Gedurende de situatie was Geelen helemaal nergens te bekennen, wat volgens Sjoerd Mossou van het Algemeen Dagblad typerend voor hem is.
In gesprek met de clubkanalen blikt Geelen terug op de hectische avond. Nadat het vuurwerk werd afgestoken, ging de bestuurder razendsnel naar de catacomben van de ArenA, waar een crisisoverleg plaatsvond. “We hebben de taken zo goed mogelijk geprobeerd te verdelen”, legt hij uit. “Ik heb veel contact gehad met de politie, de gemeente en FC Groningen. Shashi heeft de media te woord gestaan.”
“Zelf heb ik de Eredivisie, de KNVB, onze spelers, onze teammanager en onze staf te woord gestaan.” Met die verdeling is Geelen achteraf niet blij, zo maakt hij duidelijk. “Gezien de ernst van de situatie, had ik zelf de media te woord moeten staan. Daar baal ik van.”
Hoe kon het zo misgaan?
Geelen geeft ook antwoord op de vraag hoe de vuurwerkactie heeft kunnen gebeuren. “Na Ajax - Heerenveen hebben we getracht extra maatregelen te nemen: vuurwerkhonden en extra fouilleren”, doelt hij op het duel van begin november dat door vuurwerk tijdelijk stil kwam te liggen. “Maar zoals het er nu naar uitzien is er van binnenuit een nooduitgang met geweld geforceerd. Zo is er een grote groep mensen zonder kaart maar met heel veel vuurwerk naar binnen gekomen”, legt de algemeen directeur uit. “We proberen nu te achterhalen wie dat zijn en hoe het heeft kunnen gebeuren, zodat we daar passende maatregelen op kunnen nemen.”