Op kerstavond staat FCUpdate stil bij hen die de voetbalwereld in het afgelopen jaar zijn ontvallen. Wat opvalt is dat Feyenoord in 2025 afscheid moest nemen van een flink aantal iconische namen uit de roemruchte clubgeschiedenis, van 'IJzeren' Rinus Israël tot 'Don' Leo Beenhakker. En dan was er dit jaar natuurlijk ook nog de schok om het veel te jong overlijden van Liverpool-speler Diogo Jota en zijn jongere broer André Silva. In onderstaand overzicht zetten we de meest opvallende overledenen van 2025 voor je op chronologische volgorde.
Op 17 januari overleed Manchester United-icoon Denis Law. De Schotse aanvaller speelde tussen 1962 en 1973 voor de rode club uit Manchester en was in die jaren goed voor niet minder dan 237 doelpunten. Met The Red Devils werd Law twee keer kampioen van Engeland en won hij eenmaal de FA Cup. In 1968 veroverde Manchester United bovendien voor het eerst in de clubgeschiedenis de Europa Cup 1, maar Law ontbrak in de finale tegen Benfica op Wembley, vanwege een blessure. In 1964 won hij bovendien de grootste individuele prijs in het mondiale voetbal: de Ballon d'Or. Behalve voor Manchester United kwam Law in zijn loopbaan ook uit voor Huddersfield Town, Torino en twee periodes voor Manchester City, waar hij zijn actieve loopbaan in 1974 afsloot. Daarnaast speelde hij 55 interlands voor Schotland.
Law was de laatste van de zogeheten United Trinity die nog in leven was, na het heengaan van George Best (2005) en Bobby Charlton (2023). Sinds 2008 is het drietal in brons vereeuwigd bij Old Trafford. De laatste jaren ging Laws gezondheid achteruit: in augustus 2021 werd bekend dat de oud-voetballer leed aan de ziekte van Alzheimer. Op 17 januari 2025 maakte zijn familie zijn overlijden bekend. Denis Law werd 84 jaar.
Niemand kon zo mooi zuchten als Leo Beenhakker. Hij had zich al een aantal jaar teruggetrokken uit het publieke leven, maar toch ging op 10 april een schok door de voetbalwereld toen zijn overlijden wereldkundig werd gemaakt. De geboren Rotterdammer was een van de grootste én markantste trainers in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal.
Beenhakker had geen glansrijke carrière als profvoetballer om op te bogen, wel handbalde hij in zijn twintiger jaren op hoog niveau en rondde hij het CIOS af. Bij Go Ahead Eagles werkte hij assistent van de latere Oranje-bondscoach Frantisek Fadrhonc, waarna hij op 26-jarige leeftijd bij Veendam voor het eerst op eigen benen stond. Via SC Cambuur en Go Ahead, nu als hoofdtrainer, kwam hij in 1976 voor het eerst bij Feyenoord terecht, zij het als jeugdtrainer. In 1978 stapte Beenhakker over naar Ajax, waar hij jeugd-, assistent- en later hoofdtrainer was. In 1980 werd hij met de Amsterdammers voor het eerst in zijn loopbaan kampioen van Nederland. Zijn tweede seizoen verliep minder succesvol, maar leverde wel een legendarisch moment op tijdens de thuiswedstrijd tegen FC Twente. Bij een 1-3 achterstand daalde Johan Cruijff, die met zoon Jordi op de tribune in De Meer zat, in hoogst eigen persoon af om doodleuk in de dug-out plaats te nemen en Ajax alsnog naar een 5-3 zege te coachen. In maart 1981 volgde uiteindelijk het ontslag van Beenhakker. Na diensterbanden bij achtereenvolgens Real Zaragoza en FC Volendam werd de trainer in 1985 voor het eerst bondscoach van het Nederlands elftal, maar na het mislopen van een ticket voor het WK van 1986 stapte hij op.
Real Madrid haalde Beenhakker daarop terug naar Spanje, waar hij in de daaropvolgende jaren zijn bijnaam Don Leo verwierf. Beenhakker leidde De Koninklijke, met spelers als Hugo Sánchez, Emilio Butragueño en Bernd Schuster in de gelederen, drie keer op rij naar de Spaanse titel. Het uitblijven van Europees eremetaal kostte hem uiteindelijk echter de kop. Daarop keerde hij terug bij Ajax, waarmee hij in 1991 landskampioen werd. Tussentijds ging hij in 1990 met Oranje naar het WK in Italië, waar de regerend Europees kampioen tot de titelfavorieten behoorde maar zwaar teleur zou stellen. Nederland overleefde met drie gelijke spelen ternauwernood de groepsfase, maar strandde in de achtste finales roemloos tegen West-Duitsland, de latere wereldkampioen. Beenhakker is de rest van zijn leven blijven zwijgen over wat er allemaal misging op het bewuste toernooi en neemt zijn kant van het verhaal mee in het graf.
In september 1991 keerde Beenhakker weer terug bij Real, waarna zijn assistent Louis van Gaal het stokje overnam en Ajax in de daaropvolgende jaren zowel de UEFA Cup (1992) als de Champions League (1995) zou veroveren. Beenhakkers tweede periode in Madrid zou beperkt blijven tot slechts vier maanden, waarna hij aan een zwerftocht langs Saudi-Arabië (bondscoach), Mexico (América, Chivas) en Turkije (Istanbulspor) begon, om in 1996 bij het ambitieuze Vitesse terug te keren in de Eredivisie. Een jaar later werd hij dan toch hoofdtrainer van Feyenoord, dat onder zijn leiding in 1999 landskampioen werd en indruk maakte in de Champions League met zeges op Juventus (1997) en Lazio Roma (2000).
Na zijn ontslag in De Kuip werd Beenhakker later in 2000 aangesteld als technisch directeur van Ajax. In die hoedanigheid haalde hij onder meer de latere wereldster Zlatan Ibrahimovic naar de Johan Cruijff ArenA. Wel greep Ajax in die jaren naast de komst van supertalent Arjen Robben van FC Groningen, die onder andere voor PSV koos omdat Beenhakker naar verluidt met een map met daarop het foutief gespelde 'Arjan Robben' aan kwam zetten in Bedum. Medio 2003 kondigde Beenhakker zijn vertrek aan: hij had het gehad met Nederland en trok weer naar het buitenland.
In de herfst van zijn trainersloopbaan boekte Beenhakker nog een opvallend succes, door zich met het bescheiden Trinidad en Tobago te plaatsen voor het Wereldkampioenschap van 2006. "Ik ga met Noord-Brabant naar het WK", grapte hij daar zelf over. Vervolgens werd hij bondscoach van Polen, waarmee hij geen eindronde wist te bereiken maar wél de spits van Lech Poznán zou laten debuteren die inmiddels is uitgegroeid tot recordinternational én topscorer aller tijden van zijn land: Robert Lewandowski.
Tijdens zijn Poolse avontuur keerde Beenhakker in 2007 voor twee wedstrijden terug als interim-trainer van Feyenoord, waar hij na zijn bondscoachschap zo'n anderhalf jaar als directeur spelersbeleid zou fungeren. Tussen 2013 en 2018 was vervolgens hij in verschillende rollen verbonden aan stadgenoot Sparta Rotterdam. Daarna trok hij zich steeds meer terug uit het openbare leven. Op 10 april 2025 overleed Don Leo in 'zijn' Rotterdam. Leo Beenhakker werd 82 jaar.
De naam Joop van Daele is onlosmakelijk verbonden aan de finale van de Wereldbeker voor clubteams in 1970. Daarin trad Feyenoord, dat eerder dat jaar als eerste Nederlandse club ooit de Europa Cup 1 had veroverd, aan tegen het Argentijnse Estudiantes de la Plata. De eindstrijd bestond destijds uit een heen- en terugwedstrijd. Van Daele kwam in de heenwedstrijd in Buenos Aires niet in actie. Feyenoord kwam in de Argentijnse hoofdstad al vroeg op een 2-0 achterstand, maar verschafte zich door treffers van Ove Kindvall en Willem van Hanegem een prima uitgangspositie voor de return in Rotterdam: 2-2.
Ook in De Kuip begon Van Daele, zoals meestal het geval was, als wisselspeler. Na een uur bracht trainer Ernst Happel hem als vervanger van Coen Moulijn binnen de lijnen, dik vijf minuten later tekende hij met een laag schot vervolgens voor de uiteindelijk beslissende 1-0 die Feyenoord de Wereldbeker zou opleveren. Wat er meteen ná zijn treffer gebeurde maakte Van Daele echter helemáál legendarisch: tegenstander Oscar Malbernat pakte tijdens de viering van de goal de ziekenhuisbril van Van Daele af, waarna ploeggenoot Carlos Pachamé hem kapot trapte. 'Het brilletje van Van Daele' werd een begrip dat onder meer door Toon Hermans werd bezongen en tot op de dag van vandaag te zien is in het Feyenoord-museum.
De geboren Rotterdammer Van Daele speelde tussen 1967 en 1977 voor Feyenoord en viel op door zijn veelzijdigheid: hij kon zowel als verdediger als in de aanval uit de voeten, maar veroverde desondanks (of misschien wel juist daardoor) nooit voor langere tijd een vaste basisplaats. Na een huurperiode bij Go Ahead Eagles in het seizoen 1975/76 speelde Van Daele in de laatste jaren van zijn loopbaan nog voor Fortuna en Excelsior, waar hij zijn voetbalschoenen in 1981 aan de wilgen hing.
Na zijn actieve loopbaan werd Van Dale trainer, als assistent werkte hij onder meer opnieuw voor Fortuna en Excelsior. Bij die laatste club stond hij tussen 1988 en 1990 als hoofdtrainer voor de groep, daarna werkte hij louter nog in het amateurvoetbal in de regio Rotterdam. Op 7 mei 2025 blies hij zijn laatste adem uit. "Een groot Feyenoorder is niet meer", schreef Feyenoord op sociale media. Joop van Daele werd 77 jaar.
Nog geen twee maanden na Van Daele overleed in de persoon van Rinus Israël opnieuw een icoon van Feyenoord én het Nederlandse voetbal. 'IJzeren Rinus', zoals zijn bijnaam luidde, tekende namens de Rotterdammers in de Europa Cup 1-finale van 1970 voor de gelijkmaker en mocht op die gedenkwaardige dag in Milaan uiteindelijk (als eerste Nederlander ooit) als aanvoerder de 'cup met de grote oren' in ontvangst nemen.
Israël brak begin jaren zestig door bij DWS uit zijn geboortestad Amsterdam en werd met die club in 1964 landskampioen. Twee jaar later stapte hij over naar Feyenoord, waar hij zijn meet succesvolle periode beleefde. Met de Stadionclub won Israël drie landstitels, een KNVB Beker en in 1974 de UEFA Cup. Het absolute hoogtepunt beleefde hij dus in 1970, toen de Europa Cup 1 én de Wereldbeker voor clubteams in de wacht werden gesleept. In de eindstrijd tegen Celtic in 1970 tekende Israël voor de 1-1, waarna Ove Kindvall (zie hieronder) uiteindelijk de winnende voor zijn rekening nam.
In 1964, nog als speler van DWS, debuteerde Israël op 22-jarige leeftijd in het Nederlands elftal. Hij zou uiteindelijk één eindronde meemaken: op het WK van 1974 kwam Israël drie keer als invaller binnen de lijnen. Zijn korte invalbeurt in de halve finale, waarin regerend wereldkampioen Brazilië met 2-0 werd verslagen, zou uiteindelijk zijn 47ste en laatste interlandoptreden betekenen. In de verloren finale tegen gastland West-Duitsland bleef hij 90 minuten op de bank.
Israël zwaaide in de zomer van 1974 niet alleen af als international, ook Feyenoord liet hij in dat jaar achter zich. Na één seizoen bij Excelsior (waarin hij werd uitgeroepen tot voetballer van het jaar) speelde hij nog zeven seizoenen voor PEC Zwolle. Na zijn afscheid als profvoetballer, in 1982, bleef hij als assistent- en interim-trainer verbonden aan de Zwollenaren. Via FC Den Bosch keerde hij in 1986 als hoofdtrainer terug bij 'zijn' Feyenoord. Onder leiding van het clubicoon eindigden de Rotterdammers achtereenvolgens als derde en als zesde in de Eredivisie, waarna de samenwerking ten einde kwam.
In zijn latere trainersloopbaan werkte Israël in Nederland nog als assistent-bondscoach (onder Dick Advocaat en Guus Hiddink) en voor FC Den Bosch en ADO Den Haag. Als trainer van die laatste club baarde hij in 2003 opzien met een uitspraak over middenvelder Ferrie Bodde die zijn keiharde humor perfect illustreerde. "Als ik een geweer had gehad, dan had ik hem door zijn knieën en enkels geschoten, zo slecht was hij', zei Israël na een 4-0 bekernederlaag tegen Heracles Almelo.
Buiten de landsgrenzen werkte Israël als trainer onder meer in Griekenland (PAOK Saloniki), in het Midden-Oosten (Al-Jazira, Racing Hazmieh, Al-Wahda) en als bondscoach van Ghana. Tussen 2006 en 2010 was hij als scout verbonden aan Feyenoord. Zijn laatste trainersklussen beleefde hij in het amateurvoetbal, bij VV Young Boys uit Haarlem (2010-2012) en laatstelijk als interim-coach van OFC Oostzaan in 2017. Op 1 juli 2025 overleed hij in zijn geboorteplaats Amsterdam. Rinus Israël werd 83 jaar.
Op 3 juli 2025 gaat een schokgolf door de voetbalwereld als Portugees international en Liverpool-speler Diogo Jota en zijn jongere broer André Silva, speler van de Portugese tweededivisionist Penafiel, bij een verkeersongeval om het leven komen.
Jota brak in zijn vaderland door als speler van Paços Ferreira en belandde na dienstverbanden bij Atlético Madrid en FC Porto in 2017 in Engeland. Het op dat moment in de Championship uitkomende Wolverhampton Wanderers gaat op de Portugese toer en haalt in die jaren naast Jota nog tal van spelers uit het Zuid-Europese land, plus trainer Nuno Espírito Santo. Met zeventien competitietreffers in zijn debuutjaar heeft Jota een groot aandeel in de titel die promotie naar de Premier League betekend. Ook op het hoogste niveau blijft hij vervolgens indruk maken.
Zijn goede spel in Engeland leidt in november 2019 tot Jota's debuut als Portugees A-international. In zijn derde interland, in de Nations League tegen Kroatië, maakt hij de eerste van zijn uiteindelijk veertien interlandgoals. Jota vertegenwoordigt zijn land op het EK van 2020, dat vanwege de corona-pandemie een jaar later gespeeld werd - maar moest het WK van 2022 vanwege een blessure laten schieten. Hij komt uiteindelijk tot 49 interlands.
Liverpool slaat in 2020 toe en haalt Jota voor zo'n 45 miljoen euro naar Anfield. Onder trainer Jürgen Klopp wint de Portugees twee keer de EFL-Cup en in 2022 de FA Cup. In de zomer van 2024 vertrekt de populaire Duitser en wordt hij opgevolgd door Arne Slot, die overkomt van Feyenoord. De Nederlander leidt The Reds in zijn debuutjaar op indrukwekkende wijze naar de twintigste landstitel in de clubgeschiedenis. Mede door blessures is Jota lang niet altijd basisspeler, maar met zes competitiegoals - waaronder de winnende in de stadsderby tegen Everton en een belangrijke gelijkmaker tegen Nottingham Forest - heeft de Portugees zeker een aandeel in het succes.
Niet alleen sportief gaat het Jota voor de wind, want op 22 juni 2025 treedt hij in het huwelijksbootje met zijn jeugdliefde Rute Cardoso, met wie hij drie kinderen heeft. Nog geen twee weken later komt aan al het geluk in één klap een eind. Jota is op 3 juli samen met zijn jongere broer op weg van Portugal naar het Spaanse Santander, waar hij de veerboot naar Engeland zou gaan pakken, als het helemaal mis gaat. Bij een inhaalmanoeuvre krijgt hun Lamborghini een klapband en raakt het voertuig van de weg, waarna de auto in brand vliegt. Beide voetballers komen ter plekke om het leven. Jota was pas 28 jaar oud, André Silva slechts 25.
Slot reageert nog diezelfde dag met een indrukwekkende open brief, gepubliceerd op de clubsite, op het overlijden van zijn speler. Die besluit hij met de woorden 'His name is Diogo', verwijzend naar het liedje dat de Liverpool-supporters speciaal voor de aanvaller zongen. Op de melodie van CCR's Bad Moon Rising klonk het jarenlang op Anfield:
He's a lad from Portugal
Better than Figo, don't you know
Oh, his name is Diogo
Twee dagen na hun overlijden worden beide broers in het Portugese Gondomar naar hun laatste rustplaats gebracht. Slot en een groot deel van de Liverpool-selectie, waaronder aanvoerder Virgil van Dijk en de andere twee Nederlanders Ryan Gravenberch en Cody Gakpo, zijn daarbij aanwezig. Dat geldt ook voor onder meer voormalig Liverpool-captain Jordan Henderson, oud-ploeggenoten als Fabinho en James Milner, de Portugese bondscoach Roberto Martínez en zijn voorganger Fernando Santos (die Jota liet debuteren) en collega-internationals als Bernardo Silva en Ruben Dias.
Liverpool besluit naar aanleiding van de tragische dood van Jota om zijn rugnummer (20) nooit meer te gebruiken. Ook komt de club met een groots gebaar richting zijn nabestaanden: The Reds betalen het volledige salaris dat de Portugees nog zou opstrijken - hij lag tot medio 2027 vast tegen een honorarium van naar verluidt zo'n acht miljoen euro per jaar - uit aan zijn familie.
Op 27 juli maken Go Ahead Eagles en Feyenoord melding van het overlijden van oud-speler Dick Schneider. De verdediger, ook bekend onder de opvallende bijnaam 'Knakkie', speelde jarenlang voor beide clubs.
Schneider doorliep de jeugdopleiding van Go Ahead en brak bij die club op jonge leeftijd door in het betaald voetbal. Na vijf seizoenen haalt kersvers Europa Cup-winnaar Feyenoord hem naar De Kuip. Met de Rotterdammers viert Schneider onder meer twee landstitels en wint hij in 1974 de UEFA Cup. Halverwege het seizoen 1977/78 haalt Go Ahead de verdediger terug naar Deventer. Na drieënhalf jaar vertrekt hij naar Vitesse, om een jaar later te beginnen aan zijn derde en laatste periode in De Adelaarshorst. Na één seizoen vertrekt Schneider in de zomer van 1983 opnieuw, om zijn loopbaan een jaar later als speler van FC Wageningen definitief af te sluiten.
In 1972 debuteerde Schneider onder zijn vroegere Eagles-trainer Frantisek Fadrhonc in het Nederlands elftal, waarbij hij in een vriendschappelijk duel met Peru (3-0 winst) direct tot scoren komt. De verdediger zou uiteindelijk elf interlands spelen, waaronder de enige wedstrijd die Oranje (tot op heden) ooit in Deventer zou afwerken, een WK-kwalificatiewedstrijd tegen IJsland in september 1973. Het staat al 5-1 voor Nederland als Oranje vlak na rust een strafschop krijgt. De hele Adelaarshorst scandeert daarop 'Knakkie, Knakkie, Knakkie!' en dat sorteert het gewenste effect: sterspeler Johan Cruijff, die er al twee in heeft liggen, gunt Schneider het buitenkansje. De verdediger faalt niet en maakt zijn tweede en (naar later zou blijken laatste) interlandgoal. Schneider komt uiteindelijk tot elf interlands, maar wordt niet geselecteerd voor het WK van 1974.\
Na zijn actieve loopbaan fungeerde Schneider onder meer als directeur voetbalzaken bij 'zijn' Go Ahead én FC Volendam. Als trainer werkte hij voor verschillende amateurclubs. Ook was hij actief in het bedrijfsleven en coördineerde hij de voetballer van het jaar-verkiezing van De Telegraaf. Op 26 juli 2025 blaast hij in zijn geboortestad Deventer zijn laatste adem uit. Dick 'Knakkie' Schneider werd 77 jaar.
Nog geen twee weken na het overlijden van Schneider verloor Feyenoord opnieuw een clubicoon. Ove Kindvall, de Zweedse doelpuntenmachine die zich in 1970 onsterfelijk maakte en nog altijd door velen wordt gezien als de beste spits in de clubhistorie, overleed in zijn vaderland.
Feyenoord haalde Kindvall in 1966 naar Nederland. In De Kuip had hij niet lang nodig om zijn naam en faam als goalgetter te vestigen. Liefst 147 keer scoorde hij in vijf seizoenen als speler van de Rotterdammers. In 1967 eindigde de Zweed, als eerste buitenlandse speler ooit, als topscorer van de Eredivisie, een prestatie die hij in 1968 en 1971 zou herhalen. Op 6 mei 1970 maakte hij zijn belangrijkste Feyenoord-treffer in Milaan, waarmee hij Feyenoord ten koste van Celtic in de verlenging de Europa Cup 1 bezorgde.
Kindvall vertrok een jaar na de Europese triomf bij Feyenoord en keerde terug bij de club die hij vijf jaar eerder juist had verruild voor Rotterdam-Zuid: IFK Norköpping. Na nog eens drie seizoenen voor die club te hebben gespeeld trok hij vervolgens naar IFK Göteborg, waar zijn actieve loopbaan in 1977 ten einde kwam. Drie jaar eerder had hij al zijn 43ste en laatste interland voor Zweden gespeeld. Namens zijn land was hij onder meer actief op de WK's van 1970 en 1974.
Na zijn actieve loopbaan was Kindvall onder meer actief als analist voor de Zweedse televisie. Zijn oude club Norköpping besloot in 2021 een tribune naar hem te vernoemen. Drie jaar later werd buiten het stadion bovendien een standbeeld van Kindvall onthuld. Hijzelf moest de onthulling vanwege gezondheidsredenen laten schieten. Op 5 augustus 2025 blies hij in het Zweese Sollentuna zijn laatste adem uit. Ove Kindvall werd 82 jaar.
Een maand na het drama rond het overlijden van Diogo Jota krijgt het Portugese voetbal opnieuw een enorme dreun te verwerken, als Jorge Costa plotseling overlijdt.
Costa speelde vanaf 1990 vijftien seizoenen voor FC Porto, al werd hij in die jaren tussentijds wel verhuurd aan Penafiel, Marítimo Funchal en Charlton Athletic. In 2004 was de centrale verdediger de aanvoerder van het Porto-elftal van José Mourinho dat ten koste van AS Monaco beslag op de Champions League wist te winnen, wat sindsdien geen enkele club uit een 'kleine' Europese competitie meer gelukt is. Twee jaar later sloot hij zijn actieve loopbaan af in België, waar hij nog een halfjaar onder contract stond bij Standard Luik.
Costa maakte deel uit van een gouden lichting Portugese voetballers. Met ploeggenoten als Luis Figo, Rui Costa en João Pinto werd hij in 1991 in eigen land Wereldkampioen Onder-20, door in de finale in Lissabon na strafschoppen af te rekenen met Brazilië. Een jaar later debuteerde hij als A-international. Costa zou uiteindelijk vijftig keer uitkomen voor Portugal en zijn land vertegenwoordigen op het EK van 2000 en het WK van 2002.
Na zijn actieve loopbaan kende Costa een nomadische trainerscarrière. In eigen land had hij onder meer SC Braga en Olhanense onder zijn hoede, buiten Portugese de landsgrenzen werkte hij voor clubs als het Roemeense Cluj, CS Sfaxien in Tunesië, het Indiase Mumbai City en het Franse Tours FC. Ook was de Portugees ruim twee jaar bondscoach van Gabon. In de zomer van 2024 keerde hij als directeur terug bij 'zijn' FC Porto.
In die hoedanigheid gaf Costa op de ochtend van 5 augustus nog een televisie-interview. Later die dag werd hij getroffen door een hartstilstand. Eerste hulp mocht niet baten. Jorge Costa werd 53 jaar.
In augustus werd de voetbalwereld opgeschrikt door het plotselinge overlijden van Martin Laamers. De tweevoudig Oranje-international vergaarde vooral bekendheid in zijn periode als speler van Vitesse.
Geboren Arnhemmer Laamers brak medio jaren 80 door als speler van FC Wageningen en maakte na twee seizoenen de overstap naar Vitesse. De middenvelder zou uiteindelijk tien seizoenen bij de club blijven en maakte in die hoedanigheid de promotie naar de Eredivisie in 1989 mee. Later dat jaar leiden zijn prestaties zelfs tot een eerste oproep voor het Nederlands elftal.
En dat voor een op papier zeer aantrekkelijk affiche: een vriendschappelijke wedstrijd tegen Brazilië, ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de KNVB. Veel grote namen aan Nederlandse zijde zijn die dag echter niet van de partij, waardoor Laamers, die in de rust als vervanger van de huidige bondscoach Ronald Koeman in het veld wordt gebracht, samen met clubgenoten Edward Sturing en Bart Latuheru - alsmede Frank Berghuis (FC Volendam, de vader van Steven) in De Kuip zijn debuut mag vieren. Een jaar later speelt Laamers, als invaller tegen de Sovjetunie, zijn tweede en tevens laatste interland.
Na tien seizoenen Vitesse verruilde Laamers Nederland voor België, waar hij voor achtereenvolgens RC Harelbeke, AA Gent en FC Nieuwkerken speelde. Na zijn actieve carrière werkte hij als trainer in het amateurvoetbal. Zoals wel meer voetballers worstelde hij na zijn loopbaan met het beruchte zwarte gat. Laamers raakte werkloos en kampte met een gokverslaving. In zijn in 2018 verschenen biografie (O-o-o Oranje) sprak hij bovendien voor het eerst over een probleem waar hij zijn hele loopbaan hinder van had ondervonden: Laamers stotterde en gaf om die reden nooit interviews voor de camera.
Op 19 augustus 2025 overleed Laamers plotseling, de doodsoorzaak werd niet bekendgemaakt. Martin Laamers werd 58 jaar.
Eind augustus overlijdt Bud Brocken. Als rechtsbuiten brak de geboren Tilburger door bij Willem II en haalde hij in zijn periode bij FC Groningen zelfs het Nederlands elftal.
Brocken brak medio jaren 70 in de Eerste Divisie door als speler van Willem II, waarmee hij in 1979 via de nacompetitie promoveerde naar de Eredivisie. In 1981 ging hij een buitenlands avontuur aan, bij Birmingham City. In 1982 keerde hij, eerst op huurbasis en daarna definitief, bij FC Groningen alweer terug in de Eredivisie. In het Oosterpark maakte Brocken onder meer de legendarische tweeluiken met Atlético Madrid en Internazionale in het UEFA Cup-toernooi in het seizoen 1983/84 mee.
Zijn goede spel leidde in 1983 bovendien tot een debuut in het Nederlands elftal, in een met 3-0 gewonnen EK-kwalificatieduel met IJsland - dat werd gespeeld in Groningen - waarin ook Marco van Basten en Peter Houtman hun tradiotionele haasje verdienden. Brocken wist echter geen vaste stek in de selectie te bemachtigen: in december 1983 speelde hij tegen Malta (5-0) zijn vijfde en laatste interland. In de zomer van 1985 vertrok Brocken uit Groningen, om terug te keren bij Willem II. Na vijf seizoenen bij de Tricolores verkaste hij in 1990 naar provinciegenoot BVV Den Bosch, waar hij twee jaar later zijn actieve loopbaan beëindigde.
Waar veel gestopte profs in het voetbalwereldje blijven hangen, koos Brocken voor een tweede carrière als makelaar. De laatste jaren tobde hij met zijn gezondheid. In de nacht van 29 op 30 augustus kwam hij te overlijden. Bud Brocken was 67 jaar.
Begin november vindt in Servië een even verdrietige als zeldzame gebeurtenis plaats. Tijdens een wedstrijd tussen Mladost Lucani en FK Radnicki 1923 bezwijkt Mladen Zizovic, de trainer van Radnicki, aan de gevolgen van een hartaanval.
Als aanvallende middenvelder speelde Zizovic zijn gehele carrière in Bosnië & Herzegovina, op een kort uitstapje naar KF Tirana in het naburige Albanië na. In 2008 schopte hij het tot Bosnisch international, maar later dat jaar zou hij zijn tweede en laatste interland spelen. Na het beëindigen van zijn actieve loopbaan, in de zomer van 2016, ging hij een jaar later als trainer van zijn vroegere club Radnik Bijeljina aan de slag.
Later werkte Zizovic voor Zrinjski Mostar en Sloboda Tuzla, waarna hij een kort avontuur als hoofdtrainer van het Saudische Al-Kholood beleefde in 2023. In het seizoen 2024/25 bereikte hij met Bosnische FK Borac Baja Luka de laatste zestien van de Conference League, waarin Rapied Wien over twee wedstrijden nipt te sterk was. Afgelopen zomer verliet hij de club, om in oktober in te stappen bij het Servische Radnicki.
Daar gaat het in pas zijn derde wedstrijd op de bank helemaal mis. Bij een 0-2 voorsprong kreeg Zizovic in de 22ste minuut van het uitduel bij Mladost Lucani een hartaanval. Reanimatie ter plaatse mocht niet baten, in de ambulance op weg naar het ziekenhuis kwam de trainer te overlijden. De wedstrijd werd na het afvoeren van Zizovic nog wel hervat, maar direct definitief stilgelegd toen het nieuws van zijn overlijden het stadion bereikte. Mladen Zizovic werd 44 jaar.
Net als Liverpool eerder dit jaar bij Jota deed, besloot Radnicki om het resterende salaris van Zizovic over te maken aan zijn nabestaanden. Ook riep de club een fonds in het leven om hen verder te ondersteunen, waar nagenoeg alle clubs op het hoogste niveau een symbolische bijdrage aan leveren.
Begin december werd de Belgische voetbalwereld opgeschrikt door het overlijden van Glen De Boeck. Als verdediger haalde hij het Belgisch elftal, waarna zijn trainersloopbaan hem onder meer kortstondig naar Nederland voerde.
De Boeck brak in het betaald voetbal door als speler van Tweedeklasser Boom en kwam later uit voor KV Mechelen en Anderlecht. Voor laatstgenoemde club speelde hij tien seizoenen, waarin Paars-Wit drie keer landskampioen werd.
Reeds in 1993 debuteerde De Boeck voor de Rode Duivels, maar pas eind jaren 90 werd hij een vaste waarde in de nationale ploeg, waarmee hij deelnam aan de WK's van 1998 en 2002. Uiteindelijk vertegenwoordigde hij zijn land 36 keer.
In 2005 moest De Boeck zijn actieve loopbaan wegens aanhoudend blessureleed beëindigen. Hij bleef in eerste instantie als assistent-trainer bij Anderlecht, maar stond later bij verschillende clubs in het Belgische voetbal op eigen benen. Zo was De Boeck drie seizoenen werkzaam bij Cercle Brugge en werkte hij in twee verschillende perioden voor KV Kortrijk.
In 2011 haalde VVV-Venlo De Boeck naar Nederland. Onder leiding van de Belg wist de Limburgse club echter maar één keer te winnen. Begin december, nadat het uitduel bij Heracles Almelo een 7-0 nederlaag had opgeleverd, hield hij de eer aan zichzelf, VVV achterlatend op de achttiende plaats in de Eredivisie. Assistent Ton Lokhoff nam het stokje over en leidde de club uiteindelijk toch nog naar handhaving op het hoogste niveau.
Op vrijdag 5 december 2025 werd De Boeck getroffen door een zware hersenbloeding. Drie dagen later maakten Belgische media melding van zijn overlijden. Glen De Boeck werd slechts 54 jaar.
Deze lijst is verre van volledig. Zij zou echter veel te lang zijn geworden als we iedere (oud-)voetballer en/of trainer mee zouden nemen die ons in 2025 zijn ontvallen. Toch willen we hen niet onvermeld laten. Dus bij dezen: ook zij overleden in 2025:
11 januari: Tiny Ruijs (67) - Fortuna Sittard-icoon, later jarenlang trainer
21 mei: Nol de Ruiter (85) - Oud-trainer en -scout van onder meer FC Utrecht, in 1988 assistent van Rinus Michels bij Oranje
21 juli: Cedric Badjeck (30) - Oud-speler van FC Utrecht en Excelsior
24 augustus: Theo Vonk (77) - Oud-speler van AZ, werkte daarna jarenlang als trainer
16 december: Ethan McLeod (21) - Speler van Macclesfield FC
18 december: Åge Hareide (72) - Noorse oud-voetballer en succestrainer, was o.m. bondscoach van Noorwegen en Denemarken
18 december: Elisa (21) - De vriendin van Jong Ajax-speler Mark Verkuijl
Iedere nieuwe gebruiker begint op level 0. Vanaf dat moment groeit je level automatisch mee met je activiteit binnen de community. Zodra je account is goedgekeurd en je actief meedoet door berichten te plaatsen, te reageren of anderen te helpen, laat je zien dat je betrokken bent.
Hoe vaker je op een positieve, respectvolle en constructieve manier bijdraagt, hoe sneller je level stijgt. Je kunt doorgroeien tot level 8, het hoogste niveau dat laat zien dat je een actieve en gewaardeerde deelnemer bent.
Het level-systeem is bedoeld als waardering voor goed gedrag en positieve interactie. Blijf dus vriendelijk, nieuwsgierig en actief: zo bouw je niet alleen aan je eigen level, maar ook aan een sterke en fijne community voor iedereen.
Iedere nieuwe gebruiker begint op level 0. Vanaf dat moment groeit je level automatisch mee met je activiteit binnen de community. Zodra je account is goedgekeurd en je actief meedoet door berichten te plaatsen, te reageren of anderen te helpen, laat je zien dat je betrokken bent.
Hoe vaker je op een positieve, respectvolle en constructieve manier bijdraagt, hoe sneller je level stijgt. Je kunt doorgroeien tot level 8, het hoogste niveau dat laat zien dat je een actieve en gewaardeerde deelnemer bent.
Het level-systeem is bedoeld als waardering voor goed gedrag en positieve interactie. Blijf dus vriendelijk, nieuwsgierig en actief: zo bouw je niet alleen aan je eigen level, maar ook aan een sterke en fijne community voor iedereen.